Page 103 - geschiedenis
P. 103

Hoofdstuk 2 . Moeizaam begin v.h. diocees Sintang 1948-1958 89
Apostolische Prefectuur van Sintang Sintang, 17 Juni 1955 129/55
Aan Hoogeerwaarde P.Assistent, J. Bertrand s.m.m. te Rome
Hoogeerwaarde P. Assistent,
In uw persoon richt ik me als Apostolisch Prefect van Sintang tot het Generaal Bestuur der Congregatie S.M.M. ter mededeling van het hieronder volgende.
I Gezien het voor de Nederlandse Provincie der SMM moeilijk is de
Apostolische Prefectuur van Sintang van voldoende personeel te
voorzien.
II Gezien dat de Nederlandse Provincie der SMM reeds met een aantal
buitenlandse Missies belast is, zodat het voor haar niet doenlijk is in die mate deze Prefectuur geldelijk te steunen als voor de inrichting en uitbouw van het missiewerk hier nodig wordt geacht.
III Gezien verder het schrijven Prot. N. 391/54, die V Martii 1954 van de Prefect der S,C. de Prop.Fide. gericht aan Generale Oversten.
IV Naar aanleiding ook van diverse correspondentie door en met U en de Hoogeerw. P. Provinciaal der Nederlandse Provincie SMM, is te Sintang een samenkomst geweest van ondergetekende met de 3 consiliarii dezer Prefectuur nadat reeds tevoren gesproken werd met de S.R. smm in de Apost.Prefectuur Sintang,
Als gevolg van het onder I t/m IV vermelde werd op die bijeenkomst eenstemmig de wens te kennen gegeven, dat aan het Generaal Bestuur der Congregatie SMM meegedeeld zou worden dat er in beginsel bereidheid is tot overdracht van de Apostolische Prefectuur Sintang aan een andere Provincie SMM, wanneer voldaan wordt aan de volgende punten.
1. Dat de Provincie SMM, die deze Missie overneemt de hogergenoemde punten I en II beter kan vervullen dan de Provincie SMM die tot heden de zorg voor deze Prefectuur had.
2. Dat van de Provincie SMM die deze Missie overneemt, hier in 3 jaren tijd minstens 10 priesters aan het werk zijn, terwijl dan tevens het vooruitzicht moet bestaan, dat dit aantal regelmatig aangevuld kan worden. Eerst wanneer deze voorwaarden verwezenlijkt zijn, wordt overgegaan tot de feitelijke bestuurs- en gebieds-overdracht.
3. Dat, wanneer wegens omstandigheden, dit minimum binnen 5 jaar niet bereikt is, er nader overleg gepleegd zal worden en het die Provincie vrijstaat haar leden terug te nemen.
4. Dat onder de eerste groep missionarissen, welke door die Provincie hierheen gezonden zullen worden, zich minstens 1 persoon bevindt, die, na voldoende van taal en de omstandigheden van dit land op de hoogte te zijn, in


































































































   101   102   103   104   105