Page 104 - geschiedenis
P. 104

90 SMM in Indonesië 1939-2005
aanmerking kan komen een leidende functie bij het missiewerk hier te vervullen. 5. Dat, in verband hiermee, de nu aanwezige missionarissen niet binnen de 5
jaar door de Nederlandse Provincie SMM zullen terug genomen worden.
Omdat, zowel het bestuur der Nederlandse Provincie SMM als de S.R. SMM in de Apostolische Prefectuur Sintang, nauw bij deze zaak betrokken zijn, wordt aan de Hoogeerwaarde pater provinciaal te Meerssen en aan de Zeereer- waarde P.H. L'Ortye te Sedjiram een doordruk van deze brief en de erin vermelde bijdragen gelijktijdig toegezonden.
Van U, Hoogeerwaarde P.Assistent,
De onderdanige in Chr. en M. L..v.Kessel s.m.m. Ap.Prefect van Sintang.
Deze brief verraste het generaal bestuur, maar opende tevens een weg naar de toekomst toe voor de prefectuur van Sintang. Bij het horen van de inhoud van deze brief en de moeilijkheden waarin de montfortanen van Borneo verkeerden, bood de Italiaanse provincie zich aan om te helpen. Maar vanwege de zeer slechte postverbindingen kwam dat aanbod monseigneur niet ter ore. Of liever gezegd, de brief met het Italiaans aanbod was zolang onderweg dat, nadat die brief uiteindelijk aankwam in Sintang, het antwoord van monseigneur te laat kwam. Italië had intussen aangenomen te gaan werken in Madagaskar. Een teleurstelling natuurlijk voor Sintang.
Gelukkig werd deze teleurstelling een beetje goed gemaakt met het bericht dat de Nederlandse provincie pater Huub Swerts had benoemd om in Indonesië te gaan werken. Als Belgisch staatsburger hoopte men dat Huub geen moeilijkheden zou ondervinden bij het verkrijgen van een visum voor Indonesië. Als voorbereiding op zijn werk in Indonesië en als invulling van de wachttijd op het verkrijgen van zijn visum werd Huub naar Rome gezonden om missiologie te studeren. Maar het verkrijgen van zijn visum duurde langer dan verwacht. Huub kwam terug naar Nederland en al wachtende op zijn visum ging hij assisteren in een parochie te Den Haag en daarna in Heiloo. Pas eind 1957 ontving Huub zijn visum en vertrok hij begin 1958 naar Indonesië.
In 1957 gaf de Canadese provincie aan Indonesië te willen helpen met personeel, maar na informatie te hebben ingewonnen bij de Vaticaanse ambas- sade over de mogelijkheid of de Canadezen een visum voor Indonesië zouden kunnen krijgen, was het antwoord negatief. Voor buitenlandse missionarissen was er geen hoop een visum te krijgen voor Indonesië. De Nederlandse provincie bleef zoeken naar een oplossing. Zo ook werd de montfortaan Milan Papez, die een Joegoslavisch paspoort had en in Nederland verbleef, aange- boden missionaris te worden in Borneo, maar ook hij kreeg geen visum.


































































































   102   103   104   105   106