Page 106 - geschiedenis
P. 106

92 SMM in Indonesië 1939-2005
als Apostolisch Vicaris aangewezen. Pas in juni 1957 liet de Propaganda Fide weten, dat er nog geen geschikte kandidaat was om Apostolisch Vicaris te zijn en dat daarom Mgr. van Kessel was gevraagd zijn taak als Apostolisch Admi- nistrator voort te zetten totdat zij een Apostolisch Vicaris zouden aanstellen. Dit laatste is nooit gebeurd, dus al die tijd bleef Mgr. van Kessel Apostolisch Administrator. De statistieken uit die tijd wijzen aan dat het Vicariaat Sintang bestond uit 7 parochies, 23 montfortanen, 37 zusters SMFA, 5.878 katholieken, 24 basisscholen met 1.740 leerlingen.
De groei van het diocees verliep naar aller tevredenheid. Er was echter één ding dat de montfortanen en ook Mgr. van Kessel zorgen baarde, namelijk de gezondheidstoestand van de missionarissen. In een brief van 18 april 1956 schreef monseigneur over deze zorgen aan pater provinciaal.
"Waarschijnlijk is het U bekend, dat in de gehele Prefectuur (ongeveer zo groot als Nederland en Belgie samen) de laatste 6 jaar maar één dokter aanwezig was. De tegenwoordige dokter heeft medegedeeld, dat hij tegen het einde van deze maand April definitief naar Duitsland terug zal keren. Op grond hiervan rees de vraag vanzelf, wie hem zou opvolgen. Toen in Februari j.l. de Gouverneur van Borneo een bezoek aan dit gebied bracht, werd hem de kwestie opvolging van de dokter voorgelegd. Op deze vraag deelde de Gouverneur zonder omwegen, ook in zijn speeches mede, dat deze dokter niet door de regering kan vervangen worden, mogelijk kan de Missie van Sintang voor een vervanger zorgen."
Verder schreef monseigneur, dat in het diocees Sintang 2 ziekenhuizen en enkele kleinere ziekenhuisjes zijn. Er zijn 8 zusters die op medisch gebied werken, maar zij zijn enkel verpleegster. Ook zijn er zusters en paters die in Rotterdam de Memisa-cursus hebben gevolgd, hetgeen een geweldige hulp betekent voor de zieke mensen in de dorpjes, maar zij kunnen geen dokter vervangen.
Pater provinciaal was vol begrip voor de hulproep van Mgr. van Kessel en zou graag helpen, maar helaas kon ook hij niet veel doen. Pater Starmans, van professie dokter, was op dat moment bezig met een specialisatiestudie als chirurg. En die studie duurde nog 2 jaar. Dus op hem kon men voorlopig niet rekenen.
De gezondheidszorg op Borneo was zeer miniem. In het archief zitten veel brieven waarin beschreven staat dat een zieke missionaris zeer grote afstanden moet afleggen om medische zorg te kunnen ontvangen en dat een missionaris die leed aan malaria of dysenterie als medicijn enkel op bed kon gaan liggen en rusten. Het pijnlijke voorbeeld is pater Jan Cloots, die op 8 april 1957 slachtoffer werd van malaria en de daarbij komende ziekten.
Met het overlijden van Jan nog vers in het geheugen, kregen de missionarissen eind oktober 1957 het bericht van het overlijden van pater


































































































   104   105   106   107   108