Page 122 - geschiedenis
P. 122

108 SMM in Indonesië 1939-2005
Dat ziende haalden de bewoners een grote mand en nodigden monseigneur uit daarin plaats te nemen. Enkele stevige mannen hebben toen al zwemmend de bisschop naar de overkant van de Lebang rivier gebracht.
Tijdens zijn rondreis langs de vele staties en parochies werd monseig- neur zich steeds meer bewust van het feit dat zijn bisdom officieel wel geen missiegebied meer was, maar dat het toch verre van zelfstandig was. Zonder buitenlandse hulp konden de missionarissen niet leven en werken. Maar buitenlandse hulp kreeg je niet zomaar. Van de missionarissen op verlof werd verondersteld dat ze zoveel mogelijk geld verzamelden. Hulp beloofd door de Amerikaanse provincie, was niet meer dan het mis-stipendium. Waarschijnlijk wilde zij best meer hulp bieden, maar ook zij zaten krap in de financiën.
Zelfstandig zijn wat personeel betreft, was helemaal een probleem. Er was maar één priester afkomstig van het bisdom zelf, namelijk pater Aloysius Ding. Qua personeel was het bisdom helemaal afhankelijk van buitenlandse missionarissen.
Intussen was pater Harry L'Ortye bijna 25 jaar regionale overste en werd het tijd hem wat rust te gunnen. Halverwege 1963 verving pater provin- ciaal Charest hem door pater Eugène Lynch. Hoewel kundig en talentvol kon Lynch niet goed functioneren als regionaal omdat hij in Jakarta woonde, bijna 2000 km. van Sintang. Na drie jaar werd hij tijdens het provinciaal kapittel 1966/1967 gekozen tot provinciaal van de Amerikaanse Provincie en verliet hij Indonesië. Lam van den Boorn werd de nieuwe regionale overste.
Nadat pater L'Ortye zijn taak als regionaal had overgedragen, verhuisde hij van Sedjiram naar Benua Martinus, waar hij pastoor werd. Hij genoot van zijn nieuwe parochie, maar de vreugde was helaas van korte duur. Nog geen 2 weken na zijn aankomst in Benua Martinus gebeurde er iets verschrikkelijks. De pas nieuw gebouwde kerk brandde af. Hoe was dat mogelijk? 's Avonds op 10 november 1963 ging Harry bij de zusters buurten. Van de kerk uit gezien lag het zusterhuis zo'n 200 meter verderop. Toen Harry tegen 10 uur naar huis ging zag hij iets branden in de kerk en ook was er iets van vuur te zien op het voorerf van de pastorie. Hij liep snel naar de pastorie om de sleutel van de kerk te halen, maar vond die niet. Toen begon hij van ellende te roepen en te schreeu- wen om hulp. Al snel kwamen er mensen aangelopen, zij probeerden de brand te blussen, maar helaas was het te laat, de kerk ging in vlammen op. De toegesnelde mensen konden enkel de pastorie redden. De kerk, waarvan de bouw nauwelijks 2 jaar klaar was, ging samen met de inventaris in vlammen op. Bij het zoeken naar de oorzaak kwam men uit bij een inwoner van Martinus, hij zou de brand gesticht hebben. De man werd aan de politie overgedragen en na


































































































   120   121   122   123   124