Page 123 - geschiedenis
P. 123

Hoofdstuk 3. Amerikaanse SMM en Regio Indonesië 1959-1973 109
een rechtszitting veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf. Hij zou bezeten zijn geweest van de duivel, aldus de verklaring.
Natuurlijk was het afbranden van de kerk in Martinus een geweldige teleurstelling voor de mensen en zeker voor de missionarissen. Zo iets had men nog nooit meegemaakt. Vooral voor Harry L'Ortye was het een koude douche en dan te weten dat even later er nog een ander slecht bericht kwam. Nu betrof het pater Anton Voncken. Pas terug van zijn verlof in 1963 was hij met frisse moed gaan werken in Serawai. Maar in oktober van hetzelfde jaar werd Toon ziek, zelfs zo ziek dat men vreesde voor zijn leven. Voor behandeling werd hij naar Jakarta gebracht en op 15 oktober 1963 daar geopereerd. De dokter constateerde kanker in zijn buik en gaf de raad hem zo snel mogelijk naar Nederland over te brengen voor verdere behandeling. Toon werd naar Neder- land overgevlogen en opgenomen in het Heerlens ziekenhuis. Helaas was Toon niet meer te helpen, hij overleed op 12 januari 1964. Bij zijn confraters leeft Toon voort als een geweldige vriend. Een groot verlies voor het bisdom Sintang.
In hetzelfde jaar kondigde een volgend verlies zich aan voor het bisdom. Pater Piet van Eunen, die de Chinese taal uitstekend beheerste, sukkel- de dusdanig met zijn gezondheid, dat het voor hem beter was het tropisch klimaat te verlaten en terug te gaan naar het koudere Noorden. Hij werd parochiepastoor in Bonn.
Een volgende tegenvaller had plaats in 1965 toen pater Schellart vanwege angina pectoris moest opgenomen worden in het Franciscus gasthuis te Rotterdam. Ook aan Adriaan werd de raad gegeven niet meer terug te gaan naar de binnenlanden van Borneo, hij moest in de buurt wonen van een goed ziekenhuis en dat vond men niet op Borneo. Maar zijn heimwee naar Indonesië was zodanig groot dat hij in 1967 toch terugging hoewel niet naar Borneo, maar naar het bisdom Bogor. Hij verbleef in Jalan Bondongan 60, Bogor. In april 1972 keerde hij terug naar Nederland en moest meteen in het ziekenhuis te Den Haag worden opgenomen. Vrij onverwachts is hij daar veertien dagen later op 57-jarige leeftijd overleden.
Het verlies aan krachten werd nog meer voelbaar toen in hetzelfde jaar 1965 de gebroeders Sjef en Guus Wintraecken tijdens hun verlof besloten niet meer terug te gaan naar Sintang, maar voorgoed in Nederland te blijven.
Het teruglopen van het aantal missionarissen en de onmacht van de Ameri- kaanse Provincie om het tekort aan te vullen dreef de Amerikaanse provinciaal Charest ertoe hulp te vragen aan de Nederlandse Provincie. De politieke verhoudingen tussen Indonesië en Nederland waren intussen verbeterd zodat Nederlanders weer een in-reisvisum konden krijgen. Toch had Amerika nog een missionaris, pater Hassett, benoemd voor Indonesië, maar die kon niet meteen


































































































   121   122   123   124   125