Page 125 - geschiedenis
P. 125

Hoofdstuk 3. Amerikaanse SMM en Regio Indonesië 1959-1973 111
niet van toch te vertrekken. Zij arriveerden 15 februari 1966 op het vliegveld van Jakarta samen met pater Reinold Dijker, die gedurende twee jaar op ver- schillende plaatsen had geholpen en nu weer naar Sintang terugging. In 1964 had Mgr. van Kessel Reinold (ook Nol of Kees genoemd) als peritus meegenomen naar het Vaticaans Concilie voor het thema liturgie. Na Rome werd hij gevraagd om een jaar exegese te geven op het montfortaans groot- seminarie in Litchfield (USA) en daarna een jaar liturgie op het groot-seminarie in Oirschot.
De pas in Jakarta aangekomen missionarissen logeerden in het broedershuis St. Aloysius gelegen op Merdeka Timur, aan de oostkant van het Merdekaplein. Na enkele dagen reisden Nol Dijker en Ad Sommers door naar hun uiteindelijk doel Sintang, terwijl Wim, Piet en Joep wachtten op een gelegenheid door te reizen naar Djokjakarta op Midden-Java. Aan de jonge paters werd de gelegenheid gegeven daar de Indonesische taal te leren en zich tevens te verdiepen in de Indonesische cultuur. Aan broeder Ad werd die gelegenheid niet geboden, omdat men zijn krachten als monteur echt nodig had. Pater Dijker ging werken op het secretariaat van het bisdom.
De politieke situatie in Jakarta en Midden-Java was dusdanig verstoord dat het niet veilig was voor de drie jonge paters om verder te reizen, zij zaten nog een volle maand in het broedershuis. Daardoor waren zij getuigen van het historische feit dat het volk met steun van de militairen protestdemonstraties hield voor het presidentiele paleis, dichtbij het broedershuis aan de andere zijde van het Merdeka plein. De demonstranten protesteerden tegen Soekarno, die volgens hen samenwerkte met de communisten. De kritische situatie in Jakarta en de onveilige weg naar Djokjakarta waren de reden, dat de regionale overste pater Lynch, die op Jalan Gunung Sahari in Jakarta woonde, het vertrek van de drie uitstelde. Pas op 12 maart 1966 kregen ze groen licht en konden ze naar Djogjakarta vertrekken, naar het Jezuïeten klooster in Kidul Loji, gelegen in het centrum van de stad. Daar maakten ze kennis met hun Amerikaanse confrater Francis Kennedy, die, zoals al eerder vermeld, een korte tijd in Sedjiram was geweest, maar door aanpassingsmoeilijkheden was vertrokken. Hij verbleef nu in Djokjakarta en hielp de drie missionarissen bij het zoeken naar een huurhuis op Jalan Bintaran Tengah. Na enkele weken samen te zijn geweest vertrok Francis Kennedy naar Jakarta om daarna door te reizen terug naar Amerika.
Tot en met augustus 1966 waren de jonge paters bezig met het leren van de Indonesische taal en cultuur. Pater Eugène Lynch haalde hen daarna af om hen via Bandung naar Jakarta te brengen. Met een oude DC-3 vlogen ze van Jakarta naar Pontianak; met de handelsboot "Piring Emas" reisden ze via de Kapuas-rivier verder naar Sintang en na vijf dagen kennismaking met de natuur van Borneo en de rust van de Kapuas-rivier kwamen ze uiteindelijk op 12 september 1966 aan in Sintang. Hun aankomst was precies op de sluitingsdag


































































































   123   124   125   126   127