Page 132 - geschiedenis
P. 132

118 SMM in Indonesiƫ 1939-2005
overheden. Vandaar mogen ook de niet bestuursleden van de congregatie een woordje meespreken. Zowel van bovenaf als van onderop kan Gods Geest spreken. Als men spreekt van democratisering bedoelt men daarmee mede- zeggenschap. Pater Hermans zei dat het een conciliaire gedachte geworden is. Mede in verband met het veranderde mensbeeld, in verband ook met het revaloriseren van het Volk Gods met betrekking tot een over-accentuering van de plaats van de hiƫrarchie der Kerk. Pater Hermans voegde er aan toe dat het niet voldoende is dat de overheid democratisch ingesteld is, er zijn demo- cratische structuren nodig, zodat een normale medezeggenschap van de leden gaat functioneren. Men moet de vernieuwing dus niet verstaan als een aanval op het gezag. Men erkent het gezag. De democratisering wil een steun zijn voor het gezag.
Over decentralisatie zei pater Hermans: Terwijl de democratische tendensen meer fundamenteel van aard zijn, raakt de decentralisatie veel uitdrukkelijker de "bestaande structuren", waarin men het subsidiariteits- beginsel wil toepassen volgens de meer democratische tendensen. Het hoger gezag zal aan een lager gezag moeten overlaten wat dat lagere gezag evengoed of misschien beter kan doen. Het Concilie heeft als hoofdtendens juist dit decentralisatieprinciep. De problemen in onze tijd zijn zo plaatselijk gebonden en landelijk zo uiteenlopend dat alleen een verdere decentralisatie tot een bevredigende oplossing kan leiden. Terwijl men van de ene kant ziet dat de bisschoppen decentralisatie verlangen, ziet men van de andere kant een centralisatie om aldus hun verantwoordelijkheid van de gehele Kerk waar te maken. Ook bij de religieuze instituten ziet men een centralisatie tendens met als voorbeeld de conferentie der hogere oversten. Men zal moeten komen tot de conclusie dat centralisatie en decentralisatie samen moeten gaan bij een juiste vernieuwing.
Terwijl democratie en decentralisatie meer fundamentele problemen zijn in het sociaal-maatschappelijk vlak van onze congregatie, raakt de plurifor- miteit meer de concrete levenswijze. We vragen een gedecentraliseerd bestuur in de overtuiging dat alleen provinciaal of lokaal beleid in staat is om voor de nodige pluriformiteit te zorgen. De beleving van een spiritualiteit kan verschil- lend zijn. Zoals er in de katholieke kerk particuliere provincies zijn met een eigen bestuur, die het primaat van de paus erkennen, zo moeten er ook particu- liere provincies kunnen zijn binnen de ene internationale congregatie. Iedere provincie moet de kans krijgen om zich aan te passen aan het ritme van het land waarin zij leeft.
De ontmoeting van de missionarissen met pater Hermans was zeer nuttig allereerst omdat zij dankzij bovengenoemde inbreng een beter inzicht kregen over hetgeen er gebeurde in de congregatie en in de Kerk. Ook begrepen zij nu


































































































   130   131   132   133   134