Page 135 - geschiedenis
P. 135

Hoofdstuk 3. Amerikaanse SMM en Regio Indonesië 1959-1973 121
Monseigneur houdt soms op een emotionele wijze vast aan zijn mening, verliest de controle over zichzelf en kan zijn negatieve gevoelens niet loslaten, waar- door er een verontruste sfeer ontstaat. Gelukkig is er sinds 1968 een verande- ring en verbetert de sfeer. Ook wij begrijpen dat monseigneur als hoofd van het bisdom te maken heeft met allerlei moeilijke gevallen. Monseigneur waardeert zeer de confraters die op hun beurt hun best doen.
De relatie met de civiele overheid
De verhouding met de civiele overheid is goed te noemen, zo gaat Lam verder. De ambtenaren zijn welwillend en heel geduldig tegenover de missionarissen. De nationale, regionale en lokale overheid toont haar interesse en dankbaarheid voor alles wat de Katholieke Kerk doet op sociaal en economisch gebied en zij toont dat door een eervolle omgang en vriendschap. Als er desondanks toch iets misloopt of er moeilijkheden ontstaan, komt dat meestal door de lagere ambte- naren, die gedreven worden door een islamitisch fanatisme met de bedoeling de missionarissen tegen te werken. Dergelijke feiten maken de kerk ervan bewust dat ze niet provocatief te werk moet gaan, want dat zou betekenen dat ze een groep mensen tegen zich krijgt die erop uit is van Indonesië een Islamstaat te maken.
De te verwachten moeilijkheden
Lam besluit zijn rapport met op te merken: Het aantal missionarissen is klein, een bezwaar dat moeilijk te overwinnen is. De slechte politieke relatie tussen Nederland en Indonesië in 1954 en 1962 heeft de komst van Nederlandse mis- sionarissen tegengehouden. Alleen pater Swerts is Indonesië binnengekomen omdat hij de Belgische nationaliteit had. Amerika, dat in 1959 de verantwoor- delijkheid overnam, heeft ook niet veel kunnen doen aan het tekort aan krach- ten. Dit probleem is er nog steeds en zal misschien nog erger worden, omdat de missionarissen van het eerste uur oud zijn en niet meer kunnen wat ze vroeger konden. Alle hogere oversten, die ooit een bezoek hebben gebracht aan het diocees Sintang, zeggen dat het onmogelijk is daar goed te werken met zo weinig mensen. Zowel visitator pater Charest als pater Hermans zeiden dat het bisdom Sintang op zijn minst 30 priesters nodig heeft om de momentele paro- chies te bewerken. Het is onmogelijk het werkgebied uit te breiden met het momentele aanwezige aantal priesters. Het kan voor een missionaris ieder moment gebeuren dat hij moet verhuizen om ergens een leemte op te vullen. Dit gebeurt telkens als een confrater op verlof gaat of ziek is. Vandaar dat het niet verwonderlijk is dat je de missionarissen hoort klagen: "Verplaats ons toch niet ieder moment, eventjes hier, eventjes daar!" Komt er nog bij dat de werk- en leefsituatie van de missionarissen zeer slecht is en niet voor te stellen voor hen die er nooit geweest zijn. De grote afstand en het ontbreken van communicatie-


































































































   133   134   135   136   137