Page 137 - geschiedenis
P. 137

Hoofdstuk 3. Amerikaanse SMM en Regio Indonesiƫ 1959-1973 123
eenstemmig eenzelfde lijn te volgen. Er deden zich in de Kerk ontwikkelingen voor, die bij een deel van de aanwezige kapittelleden onrust wekten, omdat ze wilden vasthouden aan de traditie, terwijl vooral de kapittelleden afkomstig van de progressieve provincies een echte vernieuwing wilden.
Overeenkomst de tijdgeest won uiteindelijk toch het verlangen om de structuur van de congregatie, die erg centralistisch was, te veranderen en meer autonomie te geven aan de provincies. Zelfs kwam de wens naar voren om aan de provinciaals de macht te geven het generaal bestuur bij te staan in het nemen van besluiten. Na lang overleg werd dit laatste punt een feit. Het kapittel riep een nieuw orgaan in het leven dat de naam kreeg van Buitengewone Generale Raad, waarvan alle provinciaals lid zijn. Deze raad moet minimaal om de twee jaar een vergadering beleggen samen met de generale raad.
Om de gelegenheid te geven tijdens deze sessie een nieuwe algemene overste te kiezen gaf pater Heiligers zijn mandaat terug aan het kapittel hoewel zijn ambtsperiode eigenlijk pas eindigde in mei 1970. In maart 1969 koos het kapittel een nieuw generaal bestuur met de Fransman pater Marcel Gendrot als algemene overste en Frank Setzer, John Blaney, Mathieu Bertrand en Frits van der Asdonk als raadsleden.
De stof van de eerste sessie van het kapittel werd door iedere provincie, de commissieleden en de Buitengewone Generale Raad bestudeerd en het resul- taat daarvan werd opnieuw besproken tijdens de tweede sessie in Rotselaar. De punten waren: het religieus en apostolisch leven, roepingen voor het religieus leven, communiteitsleven, geloften en gebed. Bovendien werd er gesproken over de mogelijkheden van samenwerking bij missionair werk, de commu- nicatie en de Stage International Montfortain (SIM).
De vernieuwde structuur der congregatie en de functie van de generaal lokte een debat uit over hoe moet een provinciaalskeuze plaatsvinden. Het kapittel besloot uiteindelijk dat de generaal of zijn vervanger bij de keuze aanwezig moet zijn om de keuze van het provinciaal kapittel goed te keuren.
Wat de financiƫn betreft stichtte het kapittel een solidariteitsfonds (Sharing Fund) met de bedoeling dat de provincies en delegaties elkaar helpen. Ook werd besloten dat iedere montfortaan moet blijven bijdragen aan de ge- meenschappelijke lasten door een jaarlijkse contributie voor het generalaat. Ook werd opnieuw vastgesteld voor iedere overleden montfortaan een eucharis- tieviering te houden en dat de eerste maandag van de maand de dag is van geestelijke inter-montfortaanse ontmoeting. Op die dag bidden leden en geasso- cieerden van de montfortaanse instituten voor roepingen en voor de levenden en overledenen van heel de montfortaanse familie.
Uitgaand van het bewustzijn dat de broeders in onze congregatie niet functioneren zoals gehoopt, werd tijdens de tweede sessie ook gesproken over


































































































   135   136   137   138   139