Page 140 - geschiedenis
P. 140

126 SMM in Indonesië 1939-2005
afgestudeerden hebben meegeholpen het gebrek aan catechisten in de kampongs en godsdienstleraren/leraressen op scholen en in parochies op te lossen. Een gedeelte van hen dat een aanstelling kreeg op een school werd betaald door de Staat, de rest kwam op kosten van het bisdom. Toen het aantal steeds groter werd, werd het betalen van hun salaris een probleem, zo zelfs dat de bisdommen de geslaagden niet meer konden aannemen. Uiteindelijk werd in 1992 de school gesloten, omdat er catechisten en godsdienstleraren/leraressen met hogeschoolopleiding ter beschikking kwamen.
Onderwijs nam een groot gedeelte in beslag van de missionaire taken. In iedere parochie functioneerde de pastoor als parochieherder, maar ook als vertegenwoordiger van het schoolwezen: Yayasan Sukma. Hij betaalde de sala- rissen uit, hield de administratie bij en hield een oog op de gang van zaken in de school.
Doordat er in iedere parochie een of meerdere scholen waren en de schoolkinderen van heinde en verre kwamen, vervulden de internaten een belangrijke rol. Iedere pastorie en zusterhuis droeg de zorg voor een internaat. Een internaat gaf niet alleen aan kinderen van buiten een kans om school te gaan, een internaat was ook een mogelijkheid om begeleid te worden naar een betere toekomst. Doordat vele kinderen van arme komaf waren en niet in staat het kostgeld te betalen, was het houden van een internaat kostbaar. Wel of niet in staat een internaat te runnen hing vaak af van de missionaris zelf. Op hulp van het bisdom kon men niet rekenen. Bleef over je verlof te besteden aan het verzamelen van geld. Het is aan Lam van den Boorn, Servé Hamers en andere confraters te danken dat het benodigde geld verzameld werd waardoor het mogelijk was internaten te runnen en scholen te hebben tot ver in de binnenlanden, in die dorpen waar van regeringswege geen scholen waren.
Gezondheidszorg
Buiten scholen en internaten besteedden de missionarissen veel tijd aan gezondheidszorg of misschien beter gezegd medische hulp. In de binnenlanden van Borneo waren hoegenaamd geen mensen werkzaam op medisch gebied, terwijl de gezondheidsconditie van de mensen, in het bijzonder van de kinderen, slecht was. Velen waren ondervoed en stonden bloot aan tropische ziekten als malaria, dysenterie, tbc, framboesia, wormen en wat al niet meer. Bovendien waren de hygiënische omstandigheden slecht te noemen. In de dorpen kende men geen toiletten. Alles gebeurde in de rivier. Daar deed men zijn behoefte, baadde men en werd het water gehaald voor koken en drinken. Gelukkig had men over het algemeen de gewoonte water te koken.
Om iets aan de gezondheidszorg te doen, hadden de missionarissen tijdens hun dienstreizen in hun rugzak altijd een koffertje met medicijnen. Meer gespecialiseerd werk deden de zusters franciscanessen van Asten (smfa). Bij


































































































   138   139   140   141   142