Page 142 - geschiedenis
P. 142

128 SMM in Indonesië 1939-2005
buitenlandse krachten begonnen was, voortgezet moest worden. Duidelijk werd dat de stijging van het aantal katholieken vroeg om meer personeel, de plaatselijke bevolking er meer bij te betrekken en diepgang te geven aan het christelijk leven. Ondanks het groeiend aantal mensen dat zich katholiek noemde, waren er weinig mensen met echte diepgang en zuiver christelijke bezieling. Het leven in de afgelegen dorpjes en de cultuur van de Dajak werd in feite nog steeds geregeld door de oude adat die steunt op het animisme. Door het omvangrijke werkgebied en daardoor het geringe bezoek van de missio- narissen aan de dorpen, ook al door het gemis aan voldoende catechisten, was de godsdienstkennis van de katholieken nog zeer gering. De Dajaks bouwden hun dorpen langs een riviertje ver de bossen in, waar ze leefden als een geïsoleerde etnische groep. De dorpjes waren klein en bestonden uit enkele tientallen gezinnen, die leefden van rijstbouw en hetgeen de natuur hen bood. Bovendien waren ze er niet op uit om hun leven veel te veranderen, ze bleven het liefst bij het oude. Hun dorpjes lagen ver van elkaar op een afstand van 1 tot 2 uur lopen. Door de grote afstanden en het vele tijdverlies met lopen en roeien, was het voor de missionaris moeilijk om regelmatig de mensen te bezoeken. Dit tot teleurstelling van de gelovigen in de dorpjes. De Dajaks zagen de missiona- rissen graag komen, immers van hen ontvingen ze hulp en via hen bestond de mogelijkheid om hun kinderen naar een school te sturen.
In de zeventiger jaren kregen alle Indonesiërs door de regering aangezegd dat ze een godsdienst moesten belijden. Ze kregen de keuze uit 5 godsdiensten: islam, katholiek, protestant, hindoe of boeddha. Deze policy van de regering had tot gevolg dat vele Dajakdorpen van vandaag op morgen katholiek werden. Wat moest de missionaris doen om te voorkomen dat deze mensen enkel in naam katholiek werden? Aanvulling van kerkelijk personeel, priesters, religieuzen en catechisten, werd nog urgenter. Hoe moest die toeloop van katholieken worden verwerkt? Je kon al die mensen zonder een goede begeleiding toch niet zomaar aannemen, laat staan dopen. Wegens gebrek aan krachten bleef er geen andere weg over dan de aspirant-katholieken jarenlang te laten wachten. Kinderen werden pas gedoopt als ze de school af hadden en voldoende volwassen waren om zelf de keuze te maken voor een echt christelijke leven. De oudere Dajaks, die over het algemeen niet konden lezen en schrijven, vormden een extra moeilijkheid, ook omdat zij meer dan de jongeren gehecht waren aan hun oude animistische leefwijze.
Het politieke klimaat dat de nationale opbouw predikte door te kiezen voor een meer moderne leefwijze, was voor de missie een steun in de rug om de Dajaks, die nog leefden volgens hun oude animistische adat en kozen voor het katholicisme, mentaal te veranderen en van hen volgelingen van Christus te maken, hun kinderen naar school te sturen en meer aandacht te besteden aan een beter en gezonder leven. Van de andere kant bracht dit politiek klimaat en


































































































   140   141   142   143   144