Page 143 - geschiedenis
P. 143

Hoofdstuk 3. Amerikaanse SMM en Regio Indonesië 1959-1973 129
de grote toestroom van mensen naar het katholicisme, de Kerk ook in moeilijkheden. Waar haal je al de krachten vandaan om die mensen te bege- leiden en te leren? Er bleef niets anders over dan de toestroom van aspirant katholieken te aanvaarden, maar van hen te vragen een langdurend catechume- naat te doorlopen alvorens gedoopt te worden.
Wegens het belang van een goed catechumenaat legden de missionarissen de nadruk op de noodzaak van meer catechisten. Helaas waren die er in het begin van de zeventiger jaren nog heel weinig. Er moest dus iets gebeuren. Als oplossing en voorlopige uitweg vroegen de missionarissen aan iedere dorpsgemeenschap een plaatselijke voorganger te kiezen en die op cursus te sturen in Sintang. Daar leerden zij hoe een eenvoudige gebedsdienst te leiden, hoe te handelen bij diverse gebeurtenissen en de noodzakelijke administratie bij te houden. Intussen probeerde Mgr. van Kessel een uitweg te vinden voor het tekort aan priesters en religieuzen. Hij nam contact op met de Benedictijnen van Slangenburg-Doetichem in de hoop dat zij een klooster wilden openen in zijn bisdom, maar tevergeefs. Nog meerdere pogingen zijn ondernomen om personeel te krijgen voor het bisdom. Maar allen zonder resultaat. Al deze vergeefse pogingen hadden uiteindelijk als positief resultaat de overtuiging dat het tijd werd meer aandacht te besteden aan de opleiding van een eigen Indonesische clerus. Zolang de infrastructuur geen verbetering liet zien en er geen oplossingen kwamen voor de geïsoleerde ligging van de dorpen, kon men geen vooruitgang verwachten op welk gebied dan ook, ook niet voor het verbreiden van het geloof en de geloofsbeleving. De bevolkingsdichtheid van het bisdom Sintang is te dun voor een goede en effectieve communicatie.
De volkstelling van 1971 spreekt van 208.737 inwoners in de regio Sintang en 170.000 in de regio Kapuas Hulu. Hetgeen betekent dat er op een oppervlakte van 65.000 km2 nog geen 400.000 inwoners zijn. De regering kondigde aan dat ze "alle regio's van Indonesië zonder uitzondering zou opbouwen". Er was dus hoop op verbetering. Maar al snel liet de regering blijken dat de opbouw voor Borneo alleen mogelijk is door transmigratie van mensen van andere eilanden naar Borneo. Zo kwamen er nederzettingen voor de transmigranten, werden er in verband daarmee enkele wegen aangelegd, maar de Dajak dorpjes bleven geïsoleerd zoals ze al jaren waren.
Financiële toestand
In de 40-, 50-, en 60-er jaren was de financiële toestand van het bisdom Sintang zeer slecht. De missionarissen waren arm. Er was nauwelijks geld voorhanden voor hun onderhoud en zeker niet voor de bouw van kapellen, internaten, scholen, pastorieën, laat staan kerken. De kerken, pastorieën en internaten in Nanga Pinoh en Putussibau waren slechts eenvoudige gebouwen met muren van


































































































   141   142   143   144   145