Page 147 - geschiedenis
P. 147

Hoofdstuk 3. Amerikaanse SMM en Regio Indonesiƫ 1959-1973 133
de kalender van zijn parochie Mendalam staan en hadden de missionarissen aan veel Dajak-vieringen en zegeningen een katholiek kleurtje gegeven, zodat de mensen zich bleven herkennen in hun oude gewoonten.
Wat wordt er bedoeld met het woord Indonesianisatie? De kapucijn Huub Boelaars zegt hierover in zijn boek "Indonesianisasi": "Het gaat in wezen over een veranderingsproces, een omvormingsproces, een integratieproces van de twee elementen kerk en samenleving. Beiden zijn in ontwikkeling en beiden zijn op zoek naar een Indonesische manifestatie van zichzelf." Het Pamole-beo (letterlijk: de vogel mag teruggaan naar het rijstveld) was van huis uit een animistisch oogstdankfeest van de Embaloh-Dajaks. De missionarissen in Benua Martinus hebben al heel snel dit specifiek Dajakfeest opgenomen in de christelijke cultuur. Zo ook het oogstdankfeest Dange in de Mendalam parochie. Deze feesten zijn voorbeelden van het feit dat de montfortanen zich bewust waren van het belang van inculturatie. Ze probeerden op velerlei wijze Dajak-gewoonten en -gebruiken op te nemen in het kerkelijk gebeuren. Dit kon natuurlijk niet zonder de participatie van de mensen zelf. Gelukkig was het Tweede Vaticaanse Concilie een geweldige steun om vele veranderingen en aanpassingen door te voeren en de kerk dichter bij de mensen te brengen. Het was de tijd dat de Latijnse taal plaats maakte voor de Indonesische taal en zelfs de mogelijkheid bood om een dialect te gebruiken. De mensen konden nu iets begrijpen en door de aanpassing van de gezangen voelden ze zich steeds meer thuis in het kerkelijke gebeuren.
Helaas liep het aantal priester- en kloosterroepingen niet evenredig met de groei van het aantal katholieken. Het gebrek aan personeel had tot gevolg dat de gelovigen in de afgelegen dorpen zelden of nooit een eucharistieviering hadden op zon- en feestdagen. Dit zette de aartsbisschop van Pontianak Mgr. Herculanus van de Burgt er toe aan om in 1969 een herderlijk schrijven te doen verschijnen met de titel "Gebedsdienst zonder priester". In deze brief zegt hij: "de groei ziende van het aantal katholieken, dat het reeds een normaal verschijnsel is dat grote groepen gelovigen zonder priester zijn en dat in een dusdanige situatie de leken zelf alles moeten kunnen regelen. De priesters kunnen enkel zo nu en dan hun mensen bezoeken om de sacramenten te vieren die enkel door een priester kunnen voorgegaan worden..."
De visie van Mgr. Herculanus had een wezenlijk verband met de visie aangaande het sacramenteel priesterschap en hiƫrarchie. Het Vaticaans Concilie leert ons dat naast het sacramentele priesterschap ook sprake is van het priesterschap der gelovigen. Omdat deze nieuwe inbreng van het concilie nog niet overal geweten en verspreid was, werd het schrijven van Mgr. Herculanus met scepsis ontvangen door de priesters van het bisdom Pontianak die vasthielden aan het princiep: "waar een priester is, daar is de kerk en alles


































































































   145   146   147   148   149