Page 160 - geschiedenis
P. 160

146 SMM in Indonesië 1939-2005
Helaas weerhield de wereldoorlog hem om meteen te vertrekken. Als voorbereiding op zijn nieuwe taak heeft hij toen een cursus missiologie in Nijmegen gevolgd en in verschillende parochies assistentie verleend. Pas in 1946 vertrok hij naar het verre Indonesië. Op Borneo kreeg hij de statie Sedjiram aangewezen als werkterrein. Lam was een harde werker, accuraat, vol discipline en verantwoordelijkheid. Deze eigenschappen maakte hem geschikt voor het vervullen van de achtereenvolgende taken als secretaris executief van Yayasan Sukma, vicaris-generaal van het bisdom en superior regionaal van de montfortanen. De twee laatste functies vervulde hij op het moment dat het Vaticaan hem aanstelde tot apostolisch administrator van het bisdom Sintang. Iedereen kon zich vinden in deze benoeming. Lam was de juiste man voor die taak.
Doordat Lam de taak van Apostolisch Administrator aanvaardde, moesten de montfortanen een nieuwe regionaal zoeken. Bij gelegenheid van de visitatie van pater provinciaal Huub Somers – van 11 april tot 30 mei 1974 – werd op 24 mei 1974 een vergadering belegd voor de keuze van een nieuw regionaal bestuur. Tot regionaal werd pater Huub Swerts gekozen, terwijl Kees Smit en Piet Derckx werden gekozen als zijn raadsleden. Bij deze gelegenheid werd besloten dat de nieuwe regionaal als afgevaardigde van Indonesië aanwezig zou zijn bij het provinciaal kapittel in Nederland en dat Jacques Maessen zou beginnen met de aanleg van een telecommunicatiesysteem tussen de parochies. Anticiperend op de mogelijkheid dat straks een niet-montfortaan bisschop zou worden, drong de vergadering erop aan tijdig een contract te sluiten tussen het bisdom en de montfortanen. Lam van den Boorn en de secretaris van het bisdom, Reinold Dijker, werden gevraagd namens het bisdom een contract op te stellen en Huub Swerts en Harry van Cuijk werden gevraagd hen bij te staan om de belangen van de montfortanen te behartigen.
Verder kwamen de financiën en het gebruik er van ter sprake. Het bleek dat niet alle confraters op dezelfde wijze met geld omgingen en dat daarom voorschriften nodig waren. Aan Lam als hoofd van het bisdom werd gevraagd richtlijnen op te stellen. Lam deed dat met als resultaat een brief gedateerd 25 mei 1974 met de volgende inhoud:
"Alvorens op de statie iets te ondernemen, waarbij nieuwe uitgaven gemoeid zijn, dient daarover eerst contact opgenomen te worden met het bisdom of regionaal. Dit geldt ook voor aanschaf van materialen.
Het is niet uitgesloten, dat materialen, die meer dan voldoende aanwezig zijn op een statie of niet meer nodig, overgaan naar een andere statie, die daar behoefte aan heeft. In bepaalde gevallen zou dan zelfs nog van verkoop sprake kunnen zijn. Doch het is niet voor de hand liggend, dat confraters onder elkaar kopen en verkopen, omdat het "mijn" materiaal en "mijn geld" is.


































































































   158   159   160   161   162