Page 162 - geschiedenis
P. 162

148 SMM in Indonesië 1939-2005
missionarissen om daar verandering in te brengen met als eerste stap: de scheiding tussen het economaat van het bisdom en het economaat van de regio met ieder een eigen econoom.
Tijdens de vergadering en het bespreken van bovengenoemde zaken, kwamen tot ieders genoegen de nieuwelingen Henk Kalter en Wim Peeters binnenvallen. Ze hadden een half jaar Djokjakarta erop zitten en kwamen met frisse moed de slinkende groep montfortanen versterken. Hun komst gaf weer even het gevoel dat men het werk beter aankon. Maar dat gevoel was weer zo verdwenen toen gekeken werd naar hetgeen er nog allemaal diende te gebeuren in het bisdom. De komst van Henk en Wim konden het tekort aan krachten niet wegwerken. De Nederlandse provincie was aan het einde van zijn krachten, ze hadden niemand meer om als missionaris uit te zenden. Wat nu? Als hoofd van het bisdom moest Lam van den Boorn naar een oplossing zoeken. Geen gemak- kelijke taak. Waar moest hij aankloppen voor hulp? Na veel zoeken en na veel afwijzingen geïncasseerd te hebben bleef er maar één weg over: het probleem overgeven aan de Voorzienigheid.
Gestaag werkten de missionarissen verder met in het achterhoofd de stille hoop dat er ondanks alles toch een oplossing zou komen. Zo gebeurde het dat op een zeker moment bij Lam een brief binnenkwam van het secretariaat van de Indonesische Bisschoppen Conferentie met het aanbod van een groep lazaristen, die uit Vietnam waren verdreven en nu werk zochten in Indonesië. Deze groep had laten weten dat ze het liefst zouden werken in een gebied dat leek op het gebied dat zij verlaten hadden. Zo'n gebied bleek Sintang te zijn.
Even later kwam nog een aanbod, deze keer van de Oblaten (Oblati Maria Immaculata). Deze groep had jaren gewerkt in Laos, maar had moeten vluchten voor de communisten en zocht nu werk in Indonesië. Begrijpelijk, dat Lam niet lang hoefde na te denken, hij ging onmiddellijk in op het aanbod zowel van de lazaristen als van de oblaten. Beide groepen werden met blijdschap ontvangen in het bisdom.
De komst van de lazaristen en de oblaten gaven aan het personeels- bestand van het bisdom Sintang een heel bijzondere kleur, hun aanwezigheid beïnvloedde duidelijk de manier van leven en werken aldaar. De nieuwkomers waren mensen op leeftijd met veel ervaring. De montfortanen konden meteen diverse functies en taken aan hen overgeven. In de beginperiode leefden en werkten de oblaten samen met de montfortanen in Bika, Sedjiram, Putussibau en Benua Martinus. De samenwerking was prettig, ondanks of misschien dankzij het verschil van werken. Zoals de montfortanen legden de paters oblaten bij hun apostolaat de nadruk op het activeren van de leek in de kerk, maar daarbuiten legden ze ook de nadruk op decentralisatie. Waar de montfortanen werkten vanuit de hoofdstatie, waar de pastorie was met een kerk, scholen, internaten e.d., besteedden de oblaten minder tijd aan de hoofdstatie,


































































































   160   161   162   163   164