Page 164 - geschiedenis
P. 164

150 SMM in Indonesië 1939-2005
medicijnen mee om de mensen van dienst te zijn, hielpen ze bij de bouw van een school of onderwijzerswoning enz.
Hoe zag een hoofdparochie of hoofdstatie eruit? Er stond een pastorie met kerk, een zusterhuis, soms een klein ziekenhuis, een basisschool, voortgezet onderwijs en een meisjes-/jongensinternaat (asrama). De internaten voor meisjes werden geleid door de zusters – in het bisdom Sintang waren dat de zuster franciscanessen van Asten – die voor de jongens werden tussen de bedrijven door gerund door de missionarissen zelf. Over het algemeen zagen de meisjes internaten er beter verzorgd uit dan die van de jongens. De reden was dat het de missionarissen ontbrak aan de nodige tijd. Maar een internaat was zo belangrijk voor de ontwikkeling van de Dajaks, dat ondanks vele moeilijkheden de missionarissen de jongensinternaten op hun manier bleven verzorgen. Deze internaten boden aan jongelui op de eerste plaats de mogelijkheid naar school te gaan, immers niet in alle kampongs was een school, zeker geen middelbare school. Daarbij boden de internaten ook een gelegenheid tot extra vorming. Opgemerkt dient te worden, dat bij de aanname van jeugdigen voor het inter- naat geen onderscheid gemaakt werd qua afkomst of godsdienst.
De Nederlandse provinciaal Huub Somers beschreef na zijn visitatie aan Borneo het leven van de Borneomissionaris als volgt:
"Nu ik door het bezoek aan Kalimantan alle missie-regio's van onze werkprovincie heb bezocht en daardoor een zekere vergelijking kan trekken tussen het ene gebied en het andere, meen ik te mogen zeggen, dat Borneo toch wel iets heel speciaals is. Wat mij in vergelijking met andere gebieden het meest is opgevallen is, zijn de grote afstanden.
Met het meest gunstige vervoer reist men bijvoorbeeld, twee dagen en twee nachten (mits men 's nachts kan doorvaren) voordat dat men van Pon- tianak in Sintang is. Het is een afstand van 430 km. Pontianak - Putussibau is 800 km. Andere getallen zal ik u besparen. De laatste jaren zijn de vervoers- mogelijkheden ontzettend verbeterd in vergelijking met vroeger, maar je kunt je voorstellen hoeveel tijd confraters een aantal jaren geleden "verreisd" hebben. Praktisch alle vervoer moet over de rivieren, die sommige maanden moeilijk bevaarbaar zijn. Ook nu nog doet het zich voor dat confraters dagen nodig hebben om vanuit Sintang naar de verste buitenstaties te reizen. Dit is b.v. het geval als men per Harapan (vrachtboot van het bisdom) gaat.
Verder is me opgevallen het geïsoleerd-zijn. Met het probleem van de grote afstanden hangt vanzelfsprekend samen het geïsoleerd-zijn, zeker op bepaalde staties, met name Benua Martinus en Serawai. Als je daar voor de eerste keer komt, waan je je aan het eind van de wereld.
Een ander punt is het ontbreken van elke ontspanning. Sterk is me opgevallen het afwezig zijn van ontspanningsmogelijkheden. In andere gebieden kan men b.v. nog eens naar een stad gaan, een filmpje pikken of ergens in een


































































































   162   163   164   165   166