Page 165 - geschiedenis
P. 165

Hoofdstuk 4. L. vd Boorn Apost. Administrator 1973-1977 151
restaurant gaan eten. Bioscopen zijn er echter niet. Een stad in Kalimantan is iets heel anders dan een stad in Europa, Braziliƫ, enz., en wat eten betreft kan men beter op de pastorie blijven. De confraters zijn aan deze beperktheden wat gewoon geraakt, maar als je de eerste keer in Kalimantan komt valt je dit sterk op. Nu nog doet het zich voor, dat iemand 2 jaar in Borneo is en een bepaalde confrater, die op een andere statie zit, nog niet heeft ontmoet. Ook zijn er enkelen, die nog niet alle 7 staties gezien hebben.
In verband met het voorafgaande is het toch opvallend, dat jongere confraters, die de voorafgaande jaren in Nederland toch allerlei comfort en ontspanningsmogelijkheden hebben gekend, zo goed in Kalimantan aarden. Men moet kunnen opgaan in zijn werk en in het contact met de mensen. Men zou bijna kunnen zeggen dat dit de ontspanningsmogelijkheden zijn."
Sprekende over de groep montfortanen schrijft Huub:
"De groep confraters in Borneo vertoont een goede onderlinge band. Misschien dat dit mede in de hand wordt gewerkt, omdat men zo ver van elkaar af zit. Men is dan blij als men weer eens bij elkaar is. Pater Generaal heeft zich tijdens zijn bezoek in 1972 laten ontvallen: "Geen wonder dat jullie het goed met elkaar kunnen vinden. Je zit ver genoeg van elkaar, en als je bij elkaar komt, maak je vanzelfsprekend niet direct ruzie. Daarbij zou men kunnen zeggen, dat ieder op zijn statie pastoor en bisschop tegelijk is". Hier zit veel in. Maar er zullen toch ook wel diepere dingen zijn, die de confraters met elkaar verbinden. Het komt mij voor, dat de meesten zich ook verbonden voelen met het geheel van de provincie, hoewel dit punt bij ieder afzonderlijk toch wel genuanceerd ligt.
Wel is mij opgevallen, dat men wat sceptisch staat t.o. de Nederlandse montfortaanse situatie. Inderdaad, wij zijn in Nederland waarschijnlijk al te problematisch, we vergaderen waarschijnlijk teveel en missen soms de nodige relativiteitszin. Het soms vreemd-staan t.o. de Nederlandse situatie zal ook wel samenhangen met het feit dat men er in Borneo ver vanaf zit, en de ontwikkelingen van de laatste jaren niet op de voet heeft kunnen volgen. In late avonden is de situatie van de SMM, met name in Nederland vaker ter sprake gekomen. Sommige ontwikkelingen (uittredingen, het groeiend aantal- alleenwonenden, het anders-zijn van de Nederlandse communiteiten in vergelijking met vroeger) heb ik soms trachten te verduidelijken. Gevoelsmatig komt men met bepaalde ontwikkelingen niet zo gemakkelijk klaar. Sommigen menen ook, dat de overheid meer eisen zou moeten stellen.
De groep in Borneo vertoont een zekere gemoedelijkheid met zin voor humor. Dit is iets weldadigs. Toch heb ik confraters nu en dan wel eens gezegd, dat zij bewust moeten bezig blijven met hun toekomst. Dit is iets anders als "problematisch-doen". Sommige ontwikkelingen binnen het diocees ambtsverlatingen, uittredingen) duiden er immers op, dat ook Kalimantan niet onberoerd blijft onder een algemene problematiek, die men overal in de Kerk aantreft.
Bovenstaande indrukken gelden trouwens niet alleen voor Kalimantan. Ik heb ze geconstateerd in meerdere van onze missie-gebieden. Het blijft


































































































   163   164   165   166   167