Page 170 - geschiedenis
P. 170

156 SMM in Indonesiƫ 1939-2005
De naam van Doera was niet zomaar op de lijst gekomen. Reeds in een eerder stadium had Lam van den Boorn een gesprek gehad met Mgr. Herculanus van de Burgt, de aartsbisschop van Pontianak. Als gevolg van dat gesprek verhuisde in 1976 Doera van Pontianak naar Sintang, waar hij hoofdpastoor van de Katedraal werd. Isaac was in 1931 geboren in Jopu, Flores, opgeleid als priester in Ritapiret, en jarenlang werkzaam als legeraalmoezenier in Pontianak. Nauwelijks een jaar werkzaam in Sintang werd hij door Rome benoemd tot bischop van het diocees Sintang. Hij is op 19 mei 1977 door kardinaal Justinus Darmoyowono bisschop gewijd in de kathedraal van Sintang.
De vervoermiddelen
Tengevolge van zijn ligging ver in de binnenlanden, bezat de streek van het diocees Sintang een slechte infrastructuur. Rivieren waren, als enige verbin- dingswegen, niet altijd even goed te bevaren. Er zijn brede en diepe rivieren, maar ook smalle en ondiepe rivieren. Er zijn rustige rivieren, maar ook rivieren met stroomversnellingen en lastig te passeren rotsen en stronken. Het was dus nodig dat de missionarissen naar gelang de omstandigheden zich goed prepareerden als ze op reis gingen. Iedere parochie had een prauw, een roeiboot met een lengte van zo'n 8 meter en een breedte van 1 tot 1,5 m. De missionaris ging op dienstreis met zo'n prauw met daarop een buitenboordmotor van het merk Johnson. Naar gelang de omstandigheden was het een 6, 91/2, 18 of 25 HP buitenboordmotor, bestuurd door de missionaris zelf. Zo zag je 's morgens voor dag en dauw de missionaris van huis vertrekken met de nodige jerrycans benzine, een rugzak met daarin de dagelijkse benodigdheden, een slaapmatje, medicijnen en de meest noodzakelijke spullen om de eucharistie te vieren. Meestal waren er wel enkele mensen, die bij het horen dat de missionaris naar hun dorp reisde, van de gelegenheid gebruik maakten om mee te reizen. Op een lastige rivier nam de missionaris altijd iemand mee als hulp. De prauw werd ook gebruikt voor het opvoeren van bouwmateriaal of spullen voor een of andere school. Naargelang de stand van het water en de toestand van de rivier was de missionaris meer of minder uren onderweg. Hij legde aan bij de kampongs langs de rivier en indien nodig liet hij de prauw achter om te voet verder te gaan naar die plaatsen die niet via een rivier te bereiken waren.
Het vervoer van grotere vrachten kon alleen over de Kapuas en Melawi-rivier, daarvoor maakte het bisdom gebruik van de "Harapan" boot. Deze boot duwde een aak met een lading van 20 ton. Jarenlang was dit de enige vrachtboot van het bisdom. Pas in de zeventiger jaren werd de Harapan voor de vrachten van en naar Pontianak vervangen door een grotere boot. Ter


































































































   168   169   170   171   172