Page 174 - geschiedenis
P. 174

160 SMM in Indonesië 1939-2005
preek, hun catecheselessen om te protesteren tegen corruptie en onrecht. Voor de slachtoffers van onrechtvaardige behandelingen zochten zij hulp bij instanties en invloedrijke personen. Het was geen gemakkelijke tijd. De herinneringen aan de gebeurtenissen eind zestiger en begin zeventiger jaren kwamen weer naar boven. Maar hopelijk niet zo erg als toen. Wat gebeurde er toen? Heel West-Borneo was onder militaire macht. Op iedere plek vond je toen een wachtpost en voor de bewoners was er een meldplicht. Na de coup van Soeharto in 1965 – bekend als Gerakan 30 september (30-Septemberbeweging) gingen de Indonesische militairen op zoek naar een resterende groep guerril- lastrijders uit de tijd van Soekarno, de groep met de naam PGRS/Peraku. Deze guerrillastrijders hadden zich verborgen op het grensgebied van Indonesië met Serawak. Een groot deel van dat gebied lag in het bisdom Sintang. De komst van de militairen was een crime voor de aldaar wonende Dajaks. Zij werden niet alleen verplicht om de militairen te helpen bij het uitkammen van de wou- den, zij mochten zelfs niet op hun rijstveld verblijven, laat staan overnachten met als gevolg dat de rijstoogst een prooi werd voor de vogels en apen. Mensen van buiten dat gebied mochten niet binnen. Het leven van de Dajak-bevolking werd nog meer geïsoleerd. De Chinezen, die tot in de verste binnenlanden woonden met hun winkeltje dat voorzag in de belangrijkste levensbehoeften, werden verdreven. Zij kregen de keuze tussen Sintang en Pontianak als woon- plaats. Je kunt begrijpen wat dat voor de Dajakbevolking betekende. Kwamen er van te voren nog handelsbootjes met waren en kon er handel bedreven wor- den, nu was dat allemaal niet meer mogelijk. De handel was kapot en er was niets meer te koop, zelfs niet de hoogst noodzakelijke levensmiddelen.
De afsluiting van dat gebied, waaronder de staties Ketungau, Badau en Benua Martinus, had ook grote gevolgen voor de missionarissen, die enkel met een speciaal verlof van de militairen hun mensen in kampongs mochten bezoeken. Tien jaar heeft de bevolking geleden onder de onderdrukking van de militairen. Pas nadat zij zich terugtrokken kwam het gewone leven weer op gang en konden de missionarissen weer in vrijheid hun werk doen.
mmmmmm


































































































   172   173   174   175   176