Page 188 - geschiedenis
P. 188

174 SMM in Indonesië 1939-2005
naar huis te gaan en zij die nog jong en krachtig zijn, kiezen graag of niet graag voor het staatsburgerschap van Indonesië.
De decreten hadden niet alleen betrekking op het staatsburgerschap maar ook op de verblijfsvergunning van de missionarissen. Er waren missionarissen met een verblijfsvergunning voor 1 jaar, anderen voor 2 jaar en weer anderen voor altijd, zoals Toon Bernard en Huub Reijnders. Tot aan deze decreten was het verlengen van een verblijfsvergunning geen probleem. Het was voldoende een aanbevelingsbrief te hebben van het provinciale departement van godsdienstzaken in Pontianak. Daar kwam verandering in. Toen in augustus veel missionarissen hun verblijfsvergunning moesten verlengen werd niet alleen een aanbevelingsbrief vereist van het provinciale departement van godsdienstzaken, maar ook van het centrale departement in Jakarta. Eigenlijk werd dit al vanaf 1977 geëist, maar tot dan toe kreeg men dat automatisch. In juli-augustus 1979 lieten de ambtenaren van het departement in Jakarta weten dat ze geen aanbevelingsbrief meer uitgaven. Je kunt je de reactie van de betrokken missionarissen voorstellen en ook van de beminde gelovigen. Vele paters, zusters en broeders, waaronder de vele montfortanen, zouden niet meer in Indonesië mogen blijven.
De moeilijkheden als gevolg van decreet 70/77 waren intussen bekend geworden in Nederland. Pater provinciaal Huub Somers liet in een brief aan de confraters zijn medeleven horen. Hij sprak zijn steun uit voor degenen die zouden aanvragen voor het Indonesisch staatsburgerschap al betekende dat het verlies van hun AOW. De provinciaal zei: vrees niet wij zorgen voor jullie oude dag.
Hoe dan ook pater provinciaal gaf aan iedere missionaris de vrijheid wel of niet te kiezen voor het Indonesisch burgerschap. Lange tijd was het onduidelijk of de missionarissen wel of niet in Indonesië konden blijven. Pater Somers wilde hen ondersteunen met zijn brief van 23 september 1979. Hij schrijft daarin: "Waarschijnlijk is de zaak voor Toon Bernard, Stef en Huub Reijnders niet ernstig, d.w.z. voor hen persoonlijk, want zij hebben een vaste verblijfsvergunning. Voor degenen die de Indonesische nationaliteit bezitten, zal er zeker geen moeilijkheid zijn. Maar voor de anderen?
In de provinciale raad hebben we er even over gesproken. We moeten natuurlijk niet in paniek raken, maar het zou wel eens kunnen zijn dat er binnenkort een aantal, confraters ineens of geleidelijk terug komen. We moeten er als bestuur minstens rekening mee houden. Je kunt je er toch niet helemaal op "voorbereiden': Dat het echter heel wat trubbels met zich mee kan brengen voor de confraters in kwestie, voor het bisdom en ook voor het bestuur van de SMM, die hen in Nederland zal moeten opvangen, is wel zeker. De uittocht uit Congo en Mozambique ligt nog vers in ons geheugen, en werkt nog na. Daarom willen we jullie graag zeggen dat we samen met jullie willen nadenken over


































































































   186   187   188   189   190