Page 19 - geschiedenis
P. 19

Inleiding SMM in Indonesië 5
Van deze drie groepen beschouwt men de Dajaks als de oorspronkelijke bewo- ners.
Over de afkomst van de Dajaks schrijft Michel Coomans in zijn boek "Manusia Dayak": "De etnische groep Dajak behoort in zijn geheel tot de grote groep die tussen 3000 -1500 voor Christus is geëmigreerd vanuit het vasteland van Azië. De Dajaks zijn afstammelingen van de immigranten die komen uit de streek van Zuid-China, Yunnan genaamd. Vanuit die plaats zijn kleine groepen gaan zwerven via Indo-China naar het schiereiland Maleisië, en van daaruit zijn ze naar de Indonesische eilanden gegaan. Deze groep mensen wordt genoemd Proto-Melayu". Dajak is een collectieve naam. Deze naam houdt niet in dat de verschillende Dajak-groepen antropologisch één en dezelfde zijn. Onder hen vind je groepen met verschillende culturen en gewoontes.
Over de etnische groep Maleiers schrijft Coomans: "Ongeveer 500 jaar vóór Christus heeft er opnieuw een volksverhuizing plaats gehad vanuit het vasteland van Azië naar de Indonesische eilanden. Deze groep wordt genoemd Deutero-Melayu".
Over het algemeen wordt gezegd dat de mensen op Borneo die luisteren naar de naam Maleier, tot deze groep behoren. Het is goed te weten dat iemand die de naam Maleier draagt, tevens moslim is. Daarom wordt een Dajak die moslim wordt ook Maleier genoemd.
De Chinezen wonen hoofdzakelijk in de steden of aan de mondingen van rivieren. Terwijl de Dajaks op traditionele wijze rijst verbouwen en hier en daar bezig zijn met rubberteelt, kokospalmen en groenteteelt, doen de Maleiers ook aan kleinhandel. De Chinezen zijn de echte handelaars, die zorgen dat de opbrengst van de binnenlanden op de markt terecht komt.
Zoals in de rest van Borneo zijn de rivieren de hoofdverkeersaders. In het Sintangse zijn dat de Kapuas, de Melawi en de vele zijrivieren. Om de dorpjes te bereiken, die iets verder in de binnenlanden liggen, moet je te voet gaan via kleine bospaadjes. Wegen die te gebruiken zijn door motoren of auto's zijn tot op de dag van vandaag enkel rond de stad Sintang.
De geloofsgemeenschap van afdeling Sintang begon als een mosterd- zaadje zo klein in de binnenlanden van West-Borneo in het dorpje Sedjiram. In de tijd dat heel de archipel nog behoorde tot het Apostolisch Vicariaat Batavia (Jakarta), rijpte al het plan om het missiewerk te beginnen onder de Dajaks. In een brief van 25 februari 1884, no 178 vanuit Batavia, schrijft Mgr. Claessens over zijn ontmoeting met Gouverneur Generaal Nederlands-Indië in Buitenzorg (Bogor), dat de Gouverneur Generaal mogelijkheden ziet Borneo over te dragen aan de katholieke missie. Verder schrijft Mgr. Claessens in die brief, dat een onlangs gehouden onderzoek aangaande de mogelijkheid van een missie onder


































































































   17   18   19   20   21