Page 190 - geschiedenis
P. 190

176 SMM in Indonesië 1939-2005
Na de retraite reisden ze allen naar Sintang om daar als voorbereiding op het provinciaal kapittel een regionaal kapittel te houden. Onderwerpen van gesprek waren de verhoudingen tussen de confraters onderling, de verhoudingen met de bisschop en de andere priesters die in het diocees werkten. Vóór het kapittel had pater provinciaal een gesprek gehad met Mgr. Doera. Van dat gesprek rapporteerde hij bij het begin van het kapittel het volgende: de bisschop liet weten geen klachten te hebben over de montfortanen, integendeel, hij sprak waarderend over hun werk. Wel zou hij graag zien dat er meer gedaan werd aan roepingenpastoraat. Misschien, aldus monseigneur, was daar in het verleden te weinig aan gedaan. Op de vraag van provinciaal: "hoe lang zijn de montfortanen nog nodig in het bisdom"? antwoordde monseigneur graag te zien, dat iedereen die kan en wil werken, zou blijven. Het probleem van de verblijfsvergunning zou wel meevallen. Op de vraag hoe de provinciaal het beste de confraters kan adviseren in verband met het Indonesiër worden, liet monseigneur weten, dat hij iedereen zoveel mogelijk wil vrijlaten in zijn keuze. Maar hij voegde er aan toe dat Indonesiër worden geen papieren zaak is, maar dat iemand dit van binnenuit gemotiveerd dient te doen.
Het korte verslag van de provinciaal was een goede inleiding voor de evaluatie aangaande het werk in bisdom Sintang en de relatie met alle betrokkenen. Over de verhouding met de bisschop werd van de groep die buiten Sintang werkzaam was weinig of geen kritiek gehoord. Volgens hen gaf monseigneur hen ruim de kans op eigen manier te werken, de vragen van de mensen speelde hij terug naar de pastor ter plaatse. Wel werd opgemerkt dat hij zich soms niet hield aan afspraken of beloftes. Het contact van de bisschop met de statiemensen werd gering genoemd. Een ander geluid werd gehoord van de montfortanen die in Sintang woonden en zitting hebben in het bestuur van het bisdom. Volgens hen was de bisschop weinig mededeelzaam, waardoor nog al eens misverstanden ontstaan zijn. Van de andere kant moet gezegd worden, dat hij als je rechtstreeks iets vraagt, antwoord geeft. Bij het zoeken naar krachten (vooral op Flores) pleegt hij wat weinig vooroverleg. Een ander punt is, aldus de bestuursleden, dat zaken die in een vergadering besproken gaan worden van te voren al vast staan voor monseigneur en dat hij bij de afwikkeling van sommige zaken vaker een andere kant opgaat dan afgesproken.
Als resultaat van deze evaluatie kwam men tot de conclusie, dat ook al was er wat kritiek of verschil van mening, in het algemeen geen spanning was tussen de bisschop en de confraters. "Laat de positieve kant van monseigneur wat beter uitkomen", zei provinciaal, en een confrater voegde er aan toe: "ik denk dat wij monseigneur en hij ons wat meer moeten bevestigen".
Over de verhouding met de andere congregaties in het bisdom werd gezegd: Het contact met de Oblaten (O.M.I.) is goed te noemen, ofschoon zij een andere manier van werken hebben. Zij zijn goede missionarissen, soms wat


































































































   188   189   190   191   192