Page 191 - geschiedenis
P. 191

Hoofdstuk 5. Naar een zelfstandige Indonesische Kerk 1977 - 1984 177
te fanatiek; zij hebben vergeleken met de montfortanen minder interesse voor centra en zijn minder bezig op sociaal gebied; zij werken uitsluitend op pastoraal gebied en vormen daarbij een team. De groep Lazaristen, die in de Melawi-rivier werkt, is minder homogeen, maar de verhouding met hen is goed te noemen. Zij zijn hun weg nog aan het zoeken.
Verder werd er even gesproken over het contract van de montfortanen met bisdom Sintang. Er werd opgemerkt dat het contract goed functioneerde. Indien noodzakelijk was het mogelijk veranderingen daarin aan te brengen in april 1980, wanneer drie jaar van het contract verstreken zijn. Daarna wees pater regionaal op enkele punten uit het contract, die door de confraters beter behartigd dienen te worden. Zo herinnerde hij eraan, dat kosten gemaakt voor huizen en vervoermiddelen ten laste komen van het bisdom, maar inboedel en boeken op kosten van de montfortaanse kas; dat inkomsten of giften met een bepaalde bestemming voor dat doel gebruikt moeten worden; dat de opbrengst van de jura stolae voor de montfortaanse kas is en dat alle ziektekosten, inclusief de reiskosten, ten laste zijn van het bisdom.
Over spreiding van krachten meende men dat er nieuwe mogelijkheden moesten komen voor de eenling. In het verleden heeft men bepaald dat iemand nooit alleen op een post mag zitten met als argument: het communiteitsleven, het gevaar van eenling te worden en de moeilijke vervanging tijdens een verlof. Tijdens de discussie over dit punt bleek uit de reacties dat men over het algemeen geen voorstander was van een "eenmanspost". Men bleek er niet voor te zijn, dat iemand alleen gaat zitten als "sprong of vlucht", maar men kon wel begrijpen, dat een eigen "pied à terre" voor iemand op reis een rustpunt kan betekenen, een plaats waar hij enige tijd op zichzelf kan zijn. Het mag dus geen nieuwe statie zijn met alles erop en eraan, maar een huis om praktischer zijn pastorale werk te doen. Indien een confrater een dergelijk huis gaat bouwen, zal de opzet goed doorgesproken moeten worden. Onder andere moet geëist worden dat die confrater een nauwe band blijft houden met de hoofdparochie van waaruit hij werkt en dat hij zich niet van de groep, waartoe hij behoort, moet isoleren.
Over de groep en de verhoudingen onder elkaar werd gesteld, dat de verhoudingen onderling niet slecht zijn, maar dat er enkele punten aandacht vragen. Vaak wil men zijn werk of zijn manier van werken niet prijsgeven als dat door de overheid gevraagd wordt ten gunste van het algemeen belang. Ook is er soms minder bereidheid en openheid voor elkaar. Duidelijk is dat de missionarissen het momenteel allemaal veel drukker hebben (o.a. met het uitvoeren van bepaalde projecten), dat ze het materieel gezien beter hebben dan vroeger en ook meer comfort willen.


































































































   189   190   191   192   193