Page 193 - geschiedenis
P. 193

Hoofdstuk 5. Naar een zelfstandige Indonesische Kerk 1977 - 1984 179
Boorn. Inderdaad werd Lam reeds bij de eerste stemming met 11 van de 14 stemmen gekozen als regionaal. Vervolgens werd Kees Smit gekozen als vice- regionaal en Wim Peeters als tweede raadslid. Lam van de Boorn zou als regionaal naar het provinciaal kapittel gaan en Frans Luiten als tweede man.
Opening montfortaans noviciaat
De feiten lieten zien dat in de jaren 1965-1975 vanuit het buitenland 12 jonge montfortanen, 10 paters en 2 broeders, naar Indonesië waren gekomen en dat in dezelfde tijd wegens leeftijd of ziekte bijna evenveel montfortanen terug waren gegaan naar het land van afkomst, Nederland en Amerika. Niet verwonderlijk dus dat de missionarissen zich afvroegen: wordt het niet tijd met een eigen opleiding in Indonesië te beginnen? Tot op dat moment was er nog niet veel ondernomen om kandidaten te krijgen, zelfs het tegenovergestelde was gebeurd. Tot 1978 had men geweigerd kandidaten te zoeken en aan te nemen met als reden: wij zijn niet naar Indonesië gekomen om kandidaten te zoeken, maar om te helpen een locale kerk op te bouwen. Indien iemand per se montfortaan wil worden, moet hij maar eerst wereldheer worden en zoals Alois Ding daarna montfortaan. Een groep missionarissen zag het toen niet zitten om een eigen opleiding te beginnen omdat het toch maar een klein groepje zou zijn, dat na verloop van tijd zonder steun zou komen te zitten. Deze gedachte was op dat moment niet vreemd te noemen, omdat vanaf het begin de montfortanen altijd gewerkt hebben met een tekort aan krachten in een veel te groot gebied zonder mee te maken dat er roepingen waren.
In 1978 kwamen er serieuze kandidaten, die volgens enkelen aangenomen moesten worden, maar volgens anderen weer niet. Er waren confraters die zich afvroegen: wat moeten die Indonesiërs te midden van Europese mensen: laat ze toch wereldheer worden! De twijfel bleek uit de reactie op de officiële aanvraag van Alois Djamal om broeder montfortaan te worden. Hij werd naar een ambachtsschool van kapucijnen in Singkawang gestuurd en daarna ook nog een vol jaar naar het noviciaat van de kapucijnen. Was dat in de hoop dat hij zou afzien om montfortaan te worden? Maar Djamal liet weten, dat hij koos om montfortaan te worden. Uiteindelijk werd men zich ervan bewust dat iemand die per se montfortaan wil worden niet mocht worden afgewezen, maar van de andere kant dat een kandidaat eerst stage moest lopen in een montfortaanse communiteit. De aanname van Alois Djamal betekende dat begonnen moest worden met een eigen noviciaat en dat men overeenkomstig de constituties daarvoor verlof diende te vragen aan pater generaal. Bovendien moest bekeken worden wie kandidaat te stellen voor


































































































   191   192   193   194   195