Page 20 - geschiedenis
P. 20

6 SMM in Indonesië 1939-2005
de Dajaks positief uitvalt. Volgens dat onderzoek heeft men de indruk, dat de Dajaks de katholieke missie zullen aanvaarden.
Het verlof om te mogen werken onder de Dajaks werd gegeven op 7 augustus 1884, maar, zoals we boven al vermeldden, voor een bepaald gebied. Zo begon de missie uiteindelijk in Semitau, de residentieplaats, met als hoofd een controleur. De resident van Sintang had geen bezwaren, integendeel, hij hielp met de informatie dat de groep Dajak Seberuang, Rambai en Kantuk zich onderwerpen aan de Nederlands-Indische regering en dat zij bereid zijn de katholieke missie te ontvangen.
Op 29 juli 1890 komt pater Looymans in Semitau aan en hij ontdekt al gauw dat Semitau niet strategisch gelegen en ook niet de geschikte plaats is; immers er wonen geen Dajaks in Semitau, maar enkel Chinezen en Maleiers. Om intensief contact te hebben met de Dajaks moet er naar een andere plaats gezocht worden.
In 1892 wordt pater Looymans naar Sedjiram gebracht door Babar, Bantan en Unang, drie gebroeders uit Sedjiram. Deze plaats voldeed aan de wensen van de missionaris. Op een iets hogere grond aan de oever van de Seberuang rivier - niet ver van de monding van de Sedjiram rivier - bouwde hij al snel een pastorie, waardoor de missionaris centraal woonde tussen vier Dajak dorpjes, elk op een afstand van vijf minuten lopen. Iets later bouwde hij er een kerk, een school en een internaat voor schoolkinderen. Bewijs dat zijn missiewerk voorspoedig verliep was het feit, dat hij na enkele maanden al 58 kinderen gedoopt had.
De missionaris werkte hard zonder zichzelf te ontzien. Gelukkig kreeg hij in 1893 hulp van een andere jezuïet, pater Mulders. Het zag er allemaal voorspoedig uit, maar het verliep toch anders dan gedacht. In 1898 werd hij verplaatst naar het eiland Flores. Sedjiram kwam zonder missionaris te zitten tot 1906. In al die jaren hebben ze slechts eenmaal, in 1900, bezoek gehad van de jezuïet pater Schräder.
Sintang deel van het Apostolisch Vicariaat Borneo
Zoals al vermeld, werd op 11 februari 1905 Borneo verheven tot Apostolische Prefectuur. De kapucijn Mgr. Bos werd de Apostolisch Prefect. In mei 1906 werd Sedjiram bezocht door Mgr. Pacificus Bos, die op 22 augustus 1906, de parochie in ere herstelde door de kapucijnen pater Eugenius, pater Camillus en broeder Theodorius te benoemen. Niet lang daarna komen ook zusters naar


































































































   18   19   20   21   22