Page 203 - geschiedenis
P. 203

Hoofdstuk 5. Naar een zelfstandige Indonesische Kerk 1977 - 1984 189
Het kapittel eindigde met de keuze van een nieuw algemeen bestuur. De Canadees Gerard Lemire werd gekozen als algemene overste en Pater Pablo Garcia (Columbia), Cor van Eck (Nederland), Calo Berton (Italië) en René Paul (Frankrijk) als zijn assistenten
Het overlijden van pater Harry van Cuijk
Harry van Cuijk was een zeer geliefde missionaris zowel bij zijn confraters als bij de Chinese en Dajak bevolking. Na zich goed voorbereid te hebben voor zijn werk, kwam hij met Toon Bernard in januari 1951 naar Indonesië. Harry had 4 jaar aan de universiteit van Leiden de Chinese taal, het Mandarijns, gestudeerd. Helaas bleek dat de Chinezen in Sintang en Nanga Pinoh het Haka dialect spraken, een tegenvaller, maar een probleem dat Harry snel wist op te lossen. Hij werkte met plezier onder de Chinezen, maar misschien met nog meer plezier onder de Dajaks. De langste tijd heeft hij geleefd en gewerkt in Nanga Pinoh en omstreken. Op 8 september 1981 vierde Harry zijn 40-jarig professiefeest, maar nauwelijks 2 maanden later hoorden de confraters in Sintang dat Harry ziek was. Lam vd Boorn en Piet Derckx, op weg naar Serawai, maakten een tussenstop in Nanga Pinoh om te kijken hoe het met hem was. In de veronderstelling dat hij last had van malaria, hadden ze zich geen zorgen gemaakt. Doch aangekomen in Pinoh schrokken ze, hij zag er slecht uit en zijn ogen stonden zwak en dof. Hij zelf zei: "van tijd tot tijd heb ik hoofdpijn en voel me duizelig en heb wat pijn aan mijn botten, doch dat zal wel van die val komen". Naderhand vertelde Huub Swerts wat dat voor een val was geweest. Huub en Harry woonden in dezelfde pastorie, Harry had zijn kamer beneden en Huub boven. In de nacht van 6 op 7 november was Huub wakker geworden van een hevig bons in de kamer van Harry. Hij was gaan kijken en vond Harry buiten zijn bed op de vloer liggen. Hij riep hem enkele keren bij zijn naam, doch hij kwam niet bij. Daarna heeft hij water gehaald om zijn gezicht te betten. Toen kwam Harry langzaam bij. Hij wist echter niet, wat er met hem gebeurd was.
Terwijl Lam en Piet er waren, zei Harry van plan te zijn een paar dagen later op dienstreis te gaan naar de Dajak kampongs behorende bij de parochie Nanga Pinoh. Zijn toestand ziende probeerden de twee gasten hem daarvan af te houden. "Eenmaal in de kampong wordt ik wel beter", was zijn reactie, "ik heb afgesproken een cursus voor voorgangers te geven". Op 15 november (zondag) ging Harry voor in de eucharistieviering. Enkele zusters vertelden later "hij preekte minstens 20 minuten, terwijl wij vol angst toekeken en ons afvroegen, zal hij de mis kunnen beëindigden?" Die zondag en ook de volgende maandag verergerde zijn situatie. Hij stemde ermee in niet naar de kampong te


































































































   201   202   203   204   205