Page 211 - geschiedenis
P. 211

Hoofdstuk 5. Naar een zelfstandige Indonesische Kerk 1977 - 1984 197
wat jonge mensen bezig zijn met de roepingengedachte en komen informeren. Mede in verband daarmee of juist daarom hebben we een oud huis in Sintang omgebouwd tot noviciaat dat tevens dienst doet als informatiecentrum. Jongelui, die nu nog op de vervolgschool zitten en te kennen gegeven hebben priester of broeder te willen worden, komen hier een of tweemaal in de maand bijeen, voor wederzijdse kennismaking en verdieping. Ook zijn we bezig met het klaarmaken van een levensbeschrijving en geschriften van Montfort in de Indonesische taal. Een paar mensen van ons zijn bezig met het samenstellen van een brochure over Montfort en de montfortanen. In Bandung op Java zal volgens de plannen van Mgr. Doera nog dit jaar vóór juli 1984 een convict gebouwd worden voor de priesterstudenten van Sintang. Aan dat convict zal waarschijnlijk iemand van ons verbonden moeten worden voor de geestelijke begeleiding. Als dat gebeurt opent zich de mogelijkheid voor de vorming van montfortaanse kandidaten.
Sprekende over voortdurende vorming kan gezegd worden dat bijna de helft van de confraters wel eens een of andere cursus heeft gevolgd, maar daarvoor de tijd genomen heeft tijdens het verlof in Nederland.
Omdat de confraters ervan overtuigd zijn dat samen bidden een bindend element is en van wezenlijk belang, mag gesteld worden dat de aandacht daarvoor groeiende is, maar de praktijk nog sobertjes. Waar confraters alleen zitten, wordt zoals in Putussibau, Pinoh en Sedjiram vaak gebeden samen met de zusters. Waar een grotere groep bijeen zit, worden meestal de vespers gebeden of de completen gezongen, in mei en oktober afgewisseld door het rozenhoedje. De bewustwording is groeiende, dat door samen te bidden, we voor de mensen niet alleen een teken zijn van samen (hard) werken en wonen, er is meer. Jaarlijks komen we bijeen voor de retraite. Aan de vorm van de retraite is in gezamenlijk overleg de laatste jaren veel verbeterd: meer stilte, een rustiger plaats en meer samen bidden. Behalve samen bidden hebben we de laatste jaren meermalen gesproken over de belangstelling voor elkaar en de behartiging van elkaar: elkaar bevestigen, het schouderklopje, elkaar stimuleren, de kritiek ten opzichte van elkaar nog eens te bevragen, één zijn in samen bidden en werken. Pas nadat aan deze kleine opgave voldaan is, kunnen we als groep religieuzen een teken zijn voor de mensen en intenser functioneren voor de mensen. Als geld en rijkdom op de achtergrond liggen, kunnen we pas echt opkomen voor sociale rechtvaardigheid, voor medemenselijkheid en voor de rechten van de mens, wat steeds meer nodig blijkt bij de grote projecten van de regering als transmigratie en uitgebreide rubberaanplant.
Als groep maken we nog niet veel van onze Mariale opdracht, maar afzonderlijk door ons werk zijn we daar toch mee bezig. Op de dienstreizen wordt 's avonds in de dorpjes trouw de rozenkrans gebeden afgewisseld met overwegingen uit de bijbel. We maken daarbij veel gebruik van de in het Indonesisch verschenen boekjes: "30 woorddiensten voor het rozenhoedje" en "10 manieren om de rozenkrans te bidden met overwegingen uit het evangelie". Nico Schneiders heeft "De Eucharistievieringen voor eigen feesten van de Montfortaanse Congregaties" vertaald en Wim Peeters het "Kroontje" voor gebruik in het noviciaat.


































































































   209   210   211   212   213