Page 221 - geschiedenis
P. 221

Hoofdstuk 6. Nieuwe fase vd montfortanen in Indonesië 1984 - 1988 207
de status postulant hebben en zich voorbereiden op het noviciaat. Wat betreft de kandidaten in Sintang twijfelde men nog, het was nog niet duidelijk waar en wanneer zij het noviciaat maken. Hoe hun vorming zal geschieden was ook nog niet duidelijk. Om duidelijkheid daarin te krijgen moest de commissie zich uitspreken over de 4 volgende alternatieven:
1.- Eerst een jaar postulaat maken in Sintang bij Wim Peeters en daarna het geestelijk vormingsjaar beschouwen als noviciaat. Dit is bedoeld voor het jaar 1984/1985.
2.- Direct de kandidaten naar Bandung laten gaan voor het geestelijk vormingsjaar en dat beschouwen als noviciaat.
3.- Het geestelijk vormingsjaar beschouwen als postulaat en daarna noviciaat maken. Daarna pas 1ste studiejaar.
4.- Het geestelijk vormingsjaar + de eerste 2 studiejaren beschouwen als postulaatsjaren, daarna het noviciaat (vóór of ná het pasto- raal/praktijk jaar).
Na lang beraad koos de commissie voor no. 4 met de redenen: Piet is nog niet "klaar" om een echt goede begeleiding te geven. Hij is nog alleen en wacht op een tweede "bekwame" man. Het convict "Betang Betara" is niet ideaal, de keuze van enkele kandidaten is onzeker, er is niet voldoende montfortaanse lectuur in het Indonesisch en er is meer tijd nodig om te zien of Bandung de ideale plaats is ofwel Malang of misschien zelfs Manilla.
Voordat de missionarissen op 18 juni 1984 samenkwamen voor hun jaarlijkse vergadering, kwamen de leden van de commissie vorming en opleiding samen op 7 juni met de nog steeds aanwezige visitator pater Cor van Eck. Deze keer werd er gesproken over het postulaat. Wim Peeters opende met te zeggen dat hij moeilijkheden ondervond, indien hij enkel 1 of 2 kandidaten had te begeleiden. Als reactie hierop werd de vraag gesteld: Wat is het doel van een postulaat? Is het een periode van oriëntatie, van kennismaking met de gewone dagelijkse gebeden en persoonsvorming? Wim gaf als antwoord dat het postulaat een periode is waarbij de kandidaat leert in een communiteit te leven, kennis maakt met het leven van Montfort, zijn godsdienstkennis vergroot enz.
De commissieleden konden instemmen met de uitleg van Wim, maar voegden er aan toe dat het leren van dat alles niet beperkt zou mogen blijven tot de postulaatperiode, maar dat het bovengenoemde doorgezet moest worden tij- dens het noviciaat en zelfs in de jaren daarna. Omdat er veel stof te geven was aan de postulanten (Hilarius en Ajak) werd Wim gevraagd zich te beperken in het aannemen van andere taken, ook al omdat vanaf augustus 1984 het aantal postulanten zou aangevuld worden met Iten en Frans Ngadilan.


































































































   219   220   221   222   223