Page 227 - geschiedenis
P. 227

Hoofdstuk 6. Nieuwe fase vd montfortanen in Indonesië 1984 - 1988 213
uit ervaring en via mijn christelijke opvoeding, zijn voor hen vaak nog vreemd, zodat in plaats van een opmerking ik hen juist uitleg moet geven. Als eenling leef ik met de fraters, wat ik daardoor echt ontbeer is het ontspannende van een recreatie, hetgeen ik jarenlang had ondervonden in de communiteit van Sintang. Daar kon ik me uitpraten. In een groep als deze opgaan wil zeggen je eigen leven, je afkomst en achtergrond, je Nederlander-zijn vergeten. Nu ik enkele maanden geprobeerd heb dit te verwezenlijken, doe ik de pijnlijke ontdekking dat ik in mijn doen en laten toch nog steeds denk en handel als Nederlander.
Hoeveel tijd besteed ik aan de begeleiding van de jongens? Op papier gezien heb ik heel wat uren ter beschikking, maar in de praktijk ligt dat anders. Doordat we aan de rand van de stad wonen, verlies ik veel tijd met onderweg- zijn. Gauw-iets-halen kost minstens een uur, zo niet 2 uur. Je moet ervoor zorgen dat het huis draait, dat de keuken draait dat alles in orde is. Een kapotte fiets, een verstopte afvoer, kost gauw de nodige tijd, om niet te spreken over het voorbereiden van mijn lessen – iets heel nieuws in mijn leven."
Als slotconclusie van zijn rapport schreef Piet:
"Het geestelijk vormingsjaar functioneert goed en kan best dienen als aanvulling voor het noviciaat. Willen we toekomst zien in de montfortaanse opleiding, dan zullen we apart moeten gaan wonen.. De jongens die naar Bandung komen moeten beter voorbereid worden. Begeleider zijn is een zwaar maar mooi werk."
Piet eindigt zijn rapport met nog twee belangrijke opmerkingen. Allereerst dat een goede opleiding grote kosten met zich meebrengt en dat daarom gedacht moet worden aan een, met hulp van de Nederlandse provincie , op te richten speciaal fonds. Vervolgens zegt hij te ervaren dat het moeilijk is als eenling de geschiktheid van een kandidaat te bepalen en te selecteren. Om het gevaar van subjectiviteit te vermijden zou het goed zijn een tweede begeleider erbij te halen.
Een lang rapport dat de commissie vorming en opleiding aan het denken zette. Uiteindelijk besloot de commissie aan het regionaal bestuur het voorstel te doen een eigen montfortaans opleidingshuis te beginnen, vervolgens het belang onderstrepen van een tweede formateur. Zou het bestuur aan dit laatste niet kunnen voldoen, dan moest, wachtende op de verwezenlijking hiervan, voor- lopig een extraordinarius worden benoemd, die hielp bij het bepalen van de geschiktheid van een kandidaat. Een ander punt dat de commissie wilde benadrukken was het feit dat er een betere relatie moest komen tussen de kandidaten en de montfortanen in het veld. Ook moest er een uitwisseling van berichten komen tussen de kandidaten in Sintang, Bandung en de montfortanen, via een te beginnen tijdschrift met de naam InterNos. Dit laatste voorstel werd


































































































   225   226   227   228   229