Page 231 - geschiedenis
P. 231

Hoofdstuk 6. Nieuwe fase vd montfortanen in Indonesië 1984 - 1988 217
regio 3 ton hebben en als ik wacht tot we een ander huis vinden of grond kopen en zelf bouwen (wat hier iedereen afraadt) komen we zeker veel en veel duurder uit. Nu hebben we een huis en kunnen we even rustig bekijken wat we verder gaan doen...
Dus al met al moet ik eigenlijk mijn excuses aanbieden, dat ik gehandeld heb zonder af te wachten op een bericht van u. Maar ik meen al met al toch juist gehandeld te hebben, omdat het huis een eenmalig aanbod was en erg geschikt voor ons doel en ik toch wel het vertrouwen in de Nederlandse provincie heb nl. dat ze ons niet in de kou zullen laten staan...".
De Nederlandse provincie maakte het benodigde bedrag over om het huis en het stukje grond te kopen. Het perceel aan de zuidkant van het huis was een stort- plaats en sportveldje. Om moeilijkheden met de buurt te voorkomen werd met de eigenaar van dat perceel afgesproken dat hij de grond zou zuiver maken en ommuren. Alles was in orde toen Wim kwam. Het noviciaat kon starten.
Montfortanen dicht bij de Dajaks
Mei 1984, een jaar vóór de koop van het noviciaathuis in Gunung Kencana, gebeurde er iets dat naderhand het begin bleek te zijn van een ernstige crisis in het bisdom Sintang. Nadat pater Huub Swerts vanuit Nanga Pinoh in Sintang was aangekomen om Piet Derckx als econoom van het bisdom te vervangen, werd een diocesane raadsvergadering gehouden. Aanwezig waren bisschop Doera, vicaris-generaal tevens verantwoordelijke voor het diocesane schoolwe- zen Vedastus Riky, secretaris Mateus Rampai, econoom Huub Swerts, oud- econoom Piet Derckx, delegatus socialis Joep van Lier en Huub Reijnders. Er werd gesproken over de aanstelling van een nieuw hoofd voor de Diocesane Middelbare School Panca Setya. Mgr. Doera stelde Lukman Riberu voor, die op dat moment vervangend hoofd was, maar de Dajak-priester Vedastus Riky (aangesproken met de naam Das) was het niet eens met de bisschop. Das liet weten dat er klachten waren over zijn omgang met leerlingen en voegde er aan toe dat hij zuster Trisnawati, ursulin, had gevraagd hoofd te worden van de school. Bij het horen van dit laatste werd monseigneur zichtbaar boos en zei dat een pastor niet het recht had zonder medeweten van de bisschop een zuster te laten overkomen naar het bisdom. Tussen de bisschop en pastor Das ontstond een woordenwisseling, die niet prettig was aan te horen. Das verdedigde zich met te zeggen, dat de ursulinen reeds jarenlang werkzaam waren in het diocees, in de parochie Nobal. Hoe dan ook, de bisschop was het er niet mee eens. Vijf lange minuten bleef het stil. De andere leden stonden achter het standpunt van Das, maar zwegen als een graf totdat uiteindelijk monseigneur zelf begon te


































































































   229   230   231   232   233