Page 232 - geschiedenis
P. 232

218 SMM in Indonesië 1939-2005
spreken. Hij kon niets anders doen dan toe te geven. Maar hij gaf toe met de toevoeging: "Ik zal dit voorval nooit vergeten".
Dit kleine voorval vertroebelde de relatie van de bisschop met een aantal personen. Dat aantal groeide toen de bisschop zijn steun gaf aan een nieuwe stichting van de school "Nusantara Indah" met als hoofd de zo juist afgewezen Lukman Riberu. Het werd nog erger, toen monseigneur zonder te overleggen met de man die daarover gaat, de delegatus socialis Joep van Lier, voor die stichting een aanbevelingsbrief gaf om subsidie te vragen aan de Duitse hulporganisatie Misereor. Het gevoel ontstond dat de bisschop een bepaalde groep voortrok en zich verwijderde van de Dajaks. De geruchten deden de ronde dat de bisschop partijdig was. Als antwoord hierop liet de bisschop zich spottend ontvallen: "De montfortanen zijn het meest nabij de Dajaks". Hierdoor werden de montfortanen betrokken bij dit conflict. Hoewel spottend gezegd, aanvaardden de montfortanen de woorden van de bisschop als een lofprijzing en waardering.
Wat hebben de montfortanen voor de Dajaks gedaan?
De montfortanen werkten met het princiep "zonder school is geen vooruitgang mogelijk". Ze begonnen hun missionering met ouders aan te sporen hun kinderen naar school te sturen en met het bouwen van basisscholen en ver- volgscholen. Kinderen die te ver van de school woonden, konden verblijven in een asrama (internaat). Later, toen veel Dajaks katholiek waren, werd boven- dien aandacht besteed aan kadervorming, om ze klaar te maken voor een functie in de maatschappij. Na Lam van de Boorn was Servé Hamers de man van het diocesane onderwijsbestel. Als bestuurder van Yayasan Sukma was Servé de stichter van de vervolgschool (SMP) en middelbare school (SMA) Panca Setya in Sintang. De lokalen van de school werden 's morgens gebruikt door leerlingen van de SMP en 's middags door de leerlingen van de SMA. Het gebouw van de kwalitatief redelijk goede school werd al gauw te klein, er kwam een gebrek aan lokalen. Er moest een SMA-gebouw komen. De meeste leerlingen waren Dajaks die geen dure school konden betalen, dus van hen was geen financiële steun te verwachten voor de bouw van meer lokalen. Het bisdom zat eveneens krap in de financiën. Toch moest er gebouwd worden en moesten de leraren een salaris krijgen. Servé slaagde erin via regeringskantoren geld los te peuteren voor de salarissen. Geld voor de bouw van nieuwe lokalen moest ergens anders worden gezocht. Een nieuw SMA-gebouw kost 225.000


































































































   230   231   232   233   234