Page 239 - geschiedenis
P. 239

Hoofdstuk 6. Nieuwe fase vd montfortanen in Indonesië 1984 - 1988 225
nodigde de aanwezigen uit iets concreter te worden in het gesprek. Zij kwamen uit bij het bespreken van de opleiding in Bandung. Pater provinciaal vertelde dat met de verantwoordelijken voor de opleiding (Kees, Piet en Wim) een evaluatie was gehouden met het volgende resultaat:
"Er zijn nog 4 novicen over nadat er 3 zijn opgehouden. Momenteel zijn er nogal wat spanningen tussen de novicemeester en novicen, waarbij hulp van een derde nodig is. De moeilijkheden liggen niet alleen in de geaardheid, in de kritische geest van de jongens, in het gebrek aan een duidelijke motivatie of voorbegeleiding, maar ook in het feit één man alleen voor zo'n groep staat. In de vergadering van 24 mei 1984 was afgesproken, dat er in het noviciaat meer dan één pater en meer dan één novice zou moeten zijn. We worden nu geconfron- teerd met moeilijkheden die het gevolg zijn van één man voor een groep. De situatie van nu is mede ontstaan uit een hele samenloop van omstandigheden. Kees heeft vanwege de commotie in het bisdom Sintang te weinig aandacht aan Bandung kunnen geven. Piet Derckx heeft zelf een moeilijke tijd gehad in het grootseminarie, en is vervolgens een half jaar afwezig geweest i.v.m. verlof en naturalisatie. Janus, die tijdens het verlof Piet heeft vervangen, heeft het goed gedaan in het seminarie, maar speelde geen rol in het noviciaat. Indertijd is besloten, dat, zo gauw we met een noviciaat in Bandung zouden beginnen, aan Mgr. gezegd zou worden uit te zien naar een diocesaan priester ter vervanging van Piet, zodat deze naar het noviciaat zou kunnen verhuizen. Wordt het niet tijd dat te doen? In feite is er een stilzwijgende afspraak, dat Piet minstens voor een periode van drie jaar het seminarie zou leiden. Daarvan zijn nu ruim 11⁄2 jaar om. Maar Mgr. heeft concreet nog niemand die Piet kan vervangen. Voorgesteld wordt dat Piet nu een deelopdracht krijgt in het noviciaat en Wim in het seminarie, zodat regelmatig overleg mogelijk is en de jongens niet gebonden zijn aan één persoon. Er zullen zeer duidelijke afspraken gemaakt moeten worden. Kees zal met grote regelmaat in Bandung moeten zijn om de zaak te volgen. Gedacht moet worden aan een besnoeiing van zijn huidige activiteiten; anders blijft dit een utopie en zal hij er zelf onderdoor gaan."
Het beraad was het erover eens dat de voorbereiding van de kandidaten op Borneo degelijker zou moeten zijn. De kandidaten zouden kennis moeten krijgen van het werk en van de concrete montfortanen. Het "Topang"-jaar (Oriëntatie-jaar voor roepingen) in Nyarumkop, dat duurt van augustus tot mei, zou een goede voorbereiding zijn, aldus de aanwezigen. Vandaar het besluit dat kandidaten afkomstig van Borneo naar Nyarumkop gestuurd zullen worden. Na een half jaar krijg je van de leiding een evaluatierapport over de geschiktheid van de kandidaat. In de maanden voor en na het oriëntatie-jaar zouden de kandidaten in montfortaanse communiteiten kunnen doorbrengen. Maar hoe te handelen met kandidaten van buiten Borneo? Er werd besloten dat degenen die tijdens het klein-seminarie contact hebben met de montfortanen, rechtstreeks


































































































   237   238   239   240   241