Page 24 - geschiedenis
P. 24

10 SMM in Indonesiƫ 1939-2005
woonden, een zeer gastvrij en joviaal volk. Maar de Kantuks hadden het nadeel dat zij nieuwkomers waren in dat gebied en men vroeg zich af of ze daar zouden blijven wonen of na verloop van tijd opnieuw verhuizen. In 1911 gingen enkele kapucijnen opnieuw naar het bovenstrooms gebied van de Kapuas om met de bevolking het plan te bespreken om in de Nanga Mandai een parochie te openen. Tijdens dat onderhoud kreeg men te horen dat de Kantuks die daar woonden van plan waren te verhuizen. Meneer Karsten, de controleur van Semitau, was onlangs bij hen geweest en had gezien dat hun rijstvelden langs de Kapuas vaak onder water kwamen te staan en niets opleverden. Omdat de mensen daardoor vaak nauwelijks te eten hadden, spoorden hij hen aan te verhuizen naar Empanang. Toen de kapucijnen over die verhuizing hoorden praten, lieten ze het plan om een parochie te openen in de Nanga Mandai varen.
Een donateur uit Nederland, Martinus van Thiel uit Helmond, had al geld ter beschikking gesteld, maar met verlof van Mgr. J.P. Bos mochten ze dat geld gebruiken voor een nieuwe parochie in de Embaloh rivier. De kapucijnen overlegden met de stamhoofden van de Embaloh Dajaks over de plaats waar men het beste een parochie kon opbouwen. Besloten werd dat het Benua Banyoh zou worden. De naam Benua Banyoh werd later veranderd in Benua Martinus, de voornaam van de donateur.
Op 2 augustus 1913 werd officieel een gebouw in gebruik genomen dat voor een gedeelte gebruikt werd als kerk en voor het andere gedeelte als school. Parochie Benua Martinus ontwikkelde zich heel goed, zelfs beter dan Landjak. Zoveel beter dat op 2 januari 1915 pater Gonsalvus verhuisde van Landjak naar Benua Martinus.
Vele jaren lang bleven de kapucijnen het bovenstrooms gebied van de Kapuas verzorgen vanuit Sedjiram tot in 1924 de parochie Bika werd geopend, later bekend als Bika Nazareth, genoemd naar de beschermheilige van de parochiekerk, de Heilige Familie van Nazareth.
Door de groei van het aantal leden en de splitsing van de parochie Sedjiram in vier parochies, Sedjiram, Landjak, Benua Martinus en Bika Nazareth, ontstond ook hier een gebrek aan personeel. Er was gebrek aan priesters, broeders, zusters en catechisten. De Apostolisch Prefect Mgr. Bos moest op zoek naar nieuwe krachten in Europa, terwijl intussen de missionarissen in Sedjiram begonnen met de opleiding van catechisten. Met de eerste afgestudeerde catechist, Ch.Palil, openden ze op 20 maart 1927 in Sedjiram de zondagsschool. Behalve dit oogstten de missionarissen nog een ander succes. Ze hadden enkele jaren daarvoor Dajak mannen naar Manado op Celebes gestuurd voor verdere studie. Op 19 november 1927 verwelkomden ze in Sedjiram Pius Ungkang (Bika) en Paulus Tjawan (Sedjiram), de eerste afgestudeerden van een echte catechisten- en godsdienstlerarenschool.


































































































   22   23   24   25   26