Page 247 - geschiedenis
P. 247

Hoofdstuk 6. Nieuwe fase vd montfortanen in Indonesië 1984 - 1988 233
op Gunung Kencana werd bewoond door Wim Peeters en 10 jongens, waarvan 3 afkomstig van Borneo, 3 van Java, 3 van Flores en 1 van Sumatra.
De montfortanen en de sociaal-politieke situatie in Indonesië
In het februarinummer 1987 van Pro Nostris schreef Kees een artikel over de ontwikkelingen in het leven en de werken van de montfortanen. Hij memoreerde, dat door te kiezen voor de opleiding van Indonesische montfortanen vooral op pastoraal en communautair gebied belangrijke ontwikkelingen gaande waren. Vervolgens liet hij weten:
"Er is veel werk verzet en er valt nog veel te doen en te overwegen. De houding van Mgr. Doera ten opzichte van buitenlanders is duidelijk geworden: we mogen er zijn, maar hij bereidt een vijftiental kandidaten van Flores voor die binnen zes jaar aan het werk zullen gaan in Sintang. Dat geeft de kans om te denken over een nieuw montfortaans werk in het bisdom Sintang. De afstanden tussen de groep die in Sintang woont en de groep montfortanen ver in de binnenlanden; het feit dat verschillenden van hen vaak alleen zijn omdat hun confrater op dienstreis is en er daardoor weinig communiteitsleven is, zijn er debet aan dat velen van ons inhoudelijk, als religieus, op een laag pitje zijn komen te staan. Bisschop Doera ondersteunt het plan van het regionaal bestuur om een werk te beginnen dat de mogelijkheden schept bovengenoemde moeilijkheden te boven te komen. Het scheppen van een werk dat helpt om meer in communiteitsverband als montfortaanse religieus te leven en te werken. Dat werk zou zijn: te werken aan geloofsverdieping onder de mensen."
De sociaal-politieke situatie in Indonesië riep vragen op. In een land met het grootste aantal moslims, maar geen moslim-staat, werd de druk van de moslims steeds groter, nu niet meer door opstandjes en bom-aanslagen, maar door beïnvloeding via de bestaande politieke kanalen. De regering voelde deze druk. Om te voorkomen dat die druk te sterk zou worden vaardigde ze het besluit uit dat de volksorganisaties, waaronder de godsdiensten, de 'Panca Sila' (vijf zuilen als grondprincipes van de staat) zouden erkennen als de enige basis. Alle godsdiensten behalve de R.K. Kerk aanvaardden dit besluit. De katholieken zagen zich niet als volksorganisatie. Zouden ze het besluit van de regering aan- vaarden dan vreesden ze inmenging van de staat (moslims!) in kerkelijke zaken. De regering trok steeds meer macht naar zich toe en regelde alles van bovenaf. Hierdoor ontstond bij het volk steeds meer onvrede. De kleine man kreeg het steeds moeilijker. Zij zagen hun bos en grond verdwijnen door houtconcessies en ontginningen die in handen kwamen van hoge heren. Er werd steeds minder rekening gehouden met de rechten van de kleine man in de kampongs. Dit was duidelijk te zien in de manier waarop gronden onteigend werden voor de aanleg


































































































   245   246   247   248   249