Page 25 - geschiedenis
P. 25

Er komt versterking
Inleiding SMM in Indonesiƫ 11
Het succes bij het baanbrekend werk van de missionarissen nam niet weg dat Mgr. Bos bleef zoeken naar nieuwe krachten uit Nederland vooral voor gezondheidszorg en onderwijs. Bij zijn poging zusters te vinden, kwam hij in 1930 terecht in Asten bij de Missiezusters Franciscanessen van de H. Antonius van Padua (SMFA). Op 24 februari 1931 werden de eerste 4 zusters naar Indonesiƫ gezonden, te weten: zuster Gerarda, Dominika, Dolorata en Jozephien. Zij gingen werken in de verst afgelegen statie Benua Martinus met als voornaamste taak gezondheidszorg en onderwijs voor de Dajak meisjes. Wat gezondheidszorg betreft begonnen ze met het allereenvoudigste. Zuster Gerarda schrijft hierover het volgende: "We begonnen met het wassen van de kleren van de schoolgaande meisjes en het verzorgen met zeep en zalf van mensen met een huidziekte".
Op weg naar Benua Martinus hadden de zusters aangelegd in Sintang en kennis gemaakt met enkele missionarissen die voor de gelegenheid daar aanwezig waren en ambtenaren van het Nederlands-Indische bestuur. Een enthousiaste ambtenaar stelde de zusters voor in Sintang te blijven. Zij zouden goed werk kunnen doen in het regeringsziekenhuis dat er erbarmelijk uitzag en geen geschoolde krachten had. De zusters konden die wens alleen maar doorgeven aan hun overheid in Asten via Mgr. Bos. De overheid had er oren naar, zodat een jaar later in 1932 zuster Xaveria en Bernadetta werden uitgezonden om samen met zuster Dolorata, die intussen al een jaar op Borneo was, te werken in het ziekenhuis te Sintang. Hun werk werd zozeer gewaardeerd, dat gevraagd werd zusters naar Putussibau te sturen om er te werken in het ziekenhuis. Het was niet eenvoudig voor die zusters, want zowel Sintang als Putussibau was toen nog geen parochie, dus er kwam enkel incidenteel een pastoor. Maar toen de kapucijnen zagen hoe geweldig de zusters werkten en dat zij geestelijke hulp nodig hadden, openden zij alsnog te Sintang in 1935 een parochie. Putussibau moest wachten op de komst van de montfortanen in 1939.
Behalve zusters waren er ook paters en broeders nodig om het grote gebied rond Sintang en het bovenstrooms gebied van de Kapuas te verzorgen. De opvolger van Mgr. Bos, Mgr. van Valenberg, die eind 1934 was aangesteld tot Apostolisch Vicaris van Borneo, nam opnieuw contact op met de montfortanen in Nederland. Deze keer reageerden ze positief.


































































































   23   24   25   26   27