Page 26 - geschiedenis
P. 26

12 SMM in Indonesië 1939-2005
Hoe het allemaal begon.
De eerste aanwijzingen van de mogelijkheid voor een montfortaanse missie op Borneo was de brief, 5 juli 1924, geschreven door pater Stanislaus, provinciaal van de Nederlandse kapucijnen, gericht aan pater provinciaal der Nederlandse montfortanen. In deze brief wordt gevraagd of "de Nederlandse provincie bereid is een gedeelte van Borneo, koloniaal gebied van Nederland, over te nemen en tot een zelfstandige missie te maken". In het antwoord vraagt de Nederlandse provincie vier jaar bedenktijd. Uit de daarop volgende correspondentie is op te maken dat de Nederlandse montfortanen graag een missie in Nederlands-Indië willen beginnen, maar dat Borneo niet de eerste keuze is. Ze willen eerst zien of er geen ander (beter) gebied is. Uit archiefstukken kunnen we opmaken dat de provinciale raad inlichtingen ingewonnen heeft om te mogen werken op Java. In een brief van 11 mei 1929 wijzen de Jezuïeten die mogelijkheid van de hand. In een brief van de redemptorist pater Drehmans lezen we dat hij de montfortanen, die vragen om een missie te mogen openen in de Oost, aanraadt contact op te nemen met Mgr. Verstraelen op de Soendaeilanden of de kapucijnen op Sumatra.
Oktober 1936 vraagt provinciaal Matthieu Hupperts verlof aan pater generaal Ronsin om een missie te mogen openen in Nederlands Oost-Indië. Om daarvoor voldoende missionarissen te hebben vraagt pater provinciaal verlof aan Rome (Vaticaan) Mozambique te verlaten. Als reden daarvoor wordt genoemd dat de politieke situatie in Mozambique het missiewerk onmogelijk maakt. Pater Hupperts bezoekt Rome en wordt ontvangen door Kardinaal Eugenio Pacelli. Helaas werd de wens om Mozambique te mogen verlaten afgewezen. Zelfs het tegendeel gebeurt, de montfortanen wordt bevolen er te blijven werken, want Paus Pius XI vindt de aanwezigheid van buitenlandse missionarissen zeer belangrijk.
Maart 1936 schrijft pater Anacletus, provinciaal van de Nederlandse kapucijnen opnieuw een brief aan de montfortanen, nu via de montfortaan pater J. Bemelmans. In deze brief vraagt hij of de montfortanen zich de brief uit 1924 herinneren. Even daarna biedt Mgr. H.J. van Valenberg, Apostolisch Vicaris Pontianak, de montfortanen een deel aan van zijn vicariaat. Pater Hupperts antwoord niet meteen, hij doet eerst nog een poging om te mogen werken op Flores in het vicariaat Ende, maar dit aanbod wordt afgewezen door Mgr. Leven, SVD. Omdat de montfortanen ondanks alles graag een missie beginnen in de koloniën van Nederland, blijft er niets anders over dan positief te antwoorden op het aanbod van Mgr. van Valenberg de afdeling Sintang over te nemen. De apostolisch vicaris van Pontianak schreef in de brief van 5 mei 1938 aan pater provinciaal:


































































































   24   25   26   27   28