Page 274 - geschiedenis
P. 274

260 SMM in Indonesiƫ 1939-2005
bezig zijn met en voor de mensen. Het ligt in de ontwikkelingen dat veel van deze activiteiten overgedragen worden aan leken en de pastor zich meer gaat bezig houden met "het zijn en welzijn" van mensen, het aanwezig zijn, het er zijn zonder veel rompslomp van organisatie. Het zal een kwestie zijn van geleidelijke groei van inzicht en beleving. De gedachte bestaat om te komen tot twee montfortaanse centra: Sintang en Putussibau. Vandaar uit zal het werk gedaan worden in teamverband."
Over de werk- en leefsituatie in de regio zei Kees:
"Indonesiƫ is eigenlijk een rustig land dat gestadig werkt aan de vooruitgang, beschikt over ruime en rijke grondstoffen (in de grond rijk), voldoende kansen voor een goede ontwikkeling. Er zijn geen directe moeilijkheden in het vooruitzicht, die van invloed zouden kunnen zijn op ons leven en werken hier. De islam, die er voortdurend op uit is om meer invloed te krijgen, zal daarin moeilijk slagen als en in de mate dat er vastgehouden wordt aan de 5 grondzuilen (Pancasila) en de uitleg daarvan: o.a. vrijheid van godsdienst".
Over de kerkelijke situatie zei het rapport: "Binnen niet al te lange tijd gaan de eerste jonge Indonesische wereldheren komen, die bepaalde taken zullen overnemen. De bisschop is al langere tijd doende om een bepaald verplaatsingssysteem in te voeren en daartoe vraagt hij, dat iedereen elke drie jaar bereid is zijn taak af te staan of over te dragen: sede vacante. Dat wil niet zeggen, dat iedereen ook elke drie jaar zal verhuizen. De tand des tijds heeft de scherpe kanten van de verhouding met de bisschop wat afgeknaagd, maar een sfeer van 'pas op' is niet verdwenen. Met de andere collegae, zowel wereld- heren als medereligieuzen, is er een goede samenwerking."
Wat betreft de opleiding liet Kees weten dat er op dat moment 9 fraters waren met tijdelijke geloften, 11 novicen en veel jongens die hadden aangevraagd montfortaan te worden.
Na het horen van de rapporten ging het kapittel over naar het thema structuur. De structuur van de congregatie met allerlei soorten vice-provincies en regio's was te ingewikkeld. Na alle voor en tegens te hebben besproken nam het kapittel het voorstel aan dat de structuur moest worden vereenvoudigd tot generaal, provinciaal, generale en provinciale delegaties.
Als afsluiting van het kapittel werd een nieuw provinciaal bestuur gekozen met Theo Hustin als provinciaal voor een periode van drie jaar, Peter Denneman vicaris en Charles Voncken, John van Oss, Theo van der Geest, Jan Beijers en Frans Stams als raadsleden.


































































































   272   273   274   275   276