Page 278 - geschiedenis
P. 278

264 SMM in Indonesiƫ 1939-2005
Joep van Lier en de paspoortkwestie
De commotie in Sintang hield de gemoederen bezig. Er moest iets gedaan worden. Zo gingen Kees Smit en Piet Derckx in Jakarta naar het kantoor van de bisschoppenconferentie om enkele belangrijke personen te ontmoeten. Van hen kregen ze te horen: "laat Joep zo snel mogelijk zijn functies op het bisdom teruggeven en op verlof gaan". Voordat Kees met Janus vertrok, gaf hij die raad door aan Joep, die er meteen werk van maakte. Reeds op 2 juni 1990 maakte hij zijn ontslagaanvrage en stuurde die via een bekende naar bisschop Bumbun, de plaatsvervanger van Mgr. Doera. Enkele dagen daarna ging Joep naar Sanggau om zijn paspoort te regelen voor verlof naar Nederland. Wetende dat naar gewoonte de ambtenaar van het kantoor in Sanggau de papieren doorstuurde naar het kantoor van bisdom Pontianak, die op hun beurt het weer doorstuurden naar het kantoor van de bisschoppenconferentie in Jakarta, reisde hij door naar Pontianak. Ervan overtuigd dat Mgr. Bumbun zijn ontslagaanvraag zou krijgen en zijn paspoort automatisch zou doorgestuurd worden naar Jakarta, reisde Joep door naar Jakarta om bij Raptim een ticket naar Nederland te bestellen. De datum van vertrek zou Raptim laten weten bij het ontvangen van zijn paspoort. Joep ging naar Bandung op bezoek bij zijn confraters. Op 23 juni kreeg Joep de mededeling dat hij in Pontianak bij Mgr. Bumbun werd verwacht, die blijkbaar de ontslagaanvraag van Joep nog niet had ontvangen. Joep naar Pontianak. Tegelijkertijd met de aankomst van Joep bij de bisschop kwam ook de brief van Joep aan die, zoals later bleek, 10 dagen onderweg was geweest. Mgr. Bumbun accepteerde de aanvraag van Joep en gaf hem verlof naar Nederland te vertrekken.
Zo ging Joep overeenkomstig zijn ticket op 1 juli naar het vliegveld in Jakarta om met de KLM te vertrekken. Alles verliep prima tot de laatste pascontrole. Daar kreeg Joep te horen dat zijn naam voorkwam op een lijst en zodoende zijn paspoort ingehouden moest worden. Hij werd verzocht zich over twee dagen te melden. Joep ging naar het kantoor van de bisschoppen- conferentie afdeling personalia, die na het horen van Joep ter informatie iemand naar het emigratiekantoor stuurde. Daar werd verteld dat de naam van Joep op geen enkele lijst voorkwam. Wie zat hier achter? Joep ging naar de nuntius, die verontwaardigd Mgr. Bumbun telefoneerde en hem vroeg te laten weten aan degenen, die de Sintang-affaire naar buiten hadden gebracht en Joep op een bepaalde lijst hadden gezet, hun brief terug te trekken.
Een jaar van onzekerheid voor Joep brak aan. Allerlei instanties gingen zich met de "zaak Doera" bemoeien, waarvan Joep het slachtoffer werd. Mgr. Doera werd erover aangesproken; hij beloofde alles in het werk te stellen om Joep te laten vertrekken. Regeringsinstanties kwamen eraan te pas, maar desondanks kwam het paspoort van Joep niet boven water. Op 16 juli 1990


































































































   276   277   278   279   280