Page 312 - geschiedenis
P. 312

298 SMM in Indonesiƫ 1939-2005
een nieuwe jonge communiteit te openen met Konradus, Mateus, Johannes Gausana en overste Kees Smit. De opzet van deze nieuwe groep was overeenkomstig het charisma van Montfort aan de slag te gaan. Het delegatiebestuur liet aan alle communiteiten op Borneo weten hun manier van leven zo mogelijk aan te passen aan bovengenoemde zienswijze en te zoeken naar een gezamenlijk pastoraal werk. Ook werd gevraagd plaats en tijd te maken voor gezamenlijk gebed, dagelijkse eucharistieviering, gezamenlijke recreatie, maandelijkse recollectie en regelmatig een communiteitsgesprek te houden. Omdat er nog steeds communiteiten waren met enkel twee personen, beloofde het bestuur dat in de toekomst iedere communiteit minstens uit drie leden zou bestaan. Wel werd eraan de eis toegevoegd dat iedere confrater actief moest participeren in het opbouwen van apostolische communiteiten. De tijd was rijp om terug te gaan naar het oorspronkelijk charisma, aldus het commentaar.
Pater Aloysius Ding Ngo overleden
Op 6 juni 1995, 's morgens om half vijf overleed in ons Montfort-klooster Men- yurai, Sintang, op 79-jarige leeftijd pater Aloysius Ding Ngo. Bijna drie jaar lang was hij ziek en verlamd en liefdevol verzorgd door Hub Swerts en zijn confraters. Die verzorging was zo goed, dat zelfs bij opname in het ziekenhuis, Alois enkel door zijn confraters verzorgd wilde worden. Zijn laatste actieve pastorale periode was tot 1992 in de St. Antonius parochie van Mendalam geweest. In deze parochie, in Tanjung Kuda, was hij op 15 april 1916 geboren in een Dajak-gezin van de Kajan-stam. Hij werd op 16 september 1945 door Mgr. Leven te Todabeloe in Flores priester gewijd. Nadat hij te kennen gaf montfortaan te willen worden, reisde hij drie jaar later naar Nederland om in Meerssen zijn noviciaat te maken en bij de montfortanen in te treden. Terug in Indonesiƫ, ging hij werken in de parochie Bika Nazareth. Daarna was hij werkzaam in Sedjiram, Benua Martinus, Sintang en opnieuw Bika. In 1969 verhuisde hij naar Putussibau en kreeg de zorg over de St.-Antonius parochie in de Mendalam. Al snel werd in Padua naast de parochiekerk een pastorie gebouwd, waar hij 23 jaar woonde. Hij verwierf er naam en faam als pastor en geneesheer, maar vooral als kenner en verzamelaar van de Kajan-cultuur en litteratuur. Voor de liturgische vieringen gebruikte hij de Kajan taal. Daarvoor vertaalde hij uit het Indonesisch de teksten van de liederen en gebeden. Hij was zo begaan met zijn Kajan-zijn dat hij alle oude Kajan verhalen verzamelde, bundelde en voorzag van commentaar. Onder de titel "Syair Lawe" zijn in 1985 zijn werken in vijf delen uitgegeven door de Gajah Mada University Press. De laatste actieve jaren van zijn leven werkte hij aan het Kajan-woordenboek,


































































































   310   311   312   313   314