Page 313 - geschiedenis
P. 313

Hoofdstuk 8. Indonesische delegatie in overgangsfase 1994 - 1998 299
helaas kwam het door zijn ziekte niet meer klaar. De laatste jaren bracht hij door bij zijn confraters in Sintang, maar zijn hart bleef in de Mendalam. Dit laatste was de reden dat zijn lichaam na zijn dood daarheen overgebracht werd en daar begraven is in Padua. Een groots grafmonument laat zien hoe hij geëerd wordt als een van de grootste Kajans. Met de dood van Alois ging de eerste Indonesische montfortaan en eerste Dajak-priester heen.
Vreugdevolle gebeurtenissen
De tweede helft van 1995 bracht vreugdevol nieuws. Op 13 augustus had tijdens een avondviering de inkleding, het symbool voor het officiële begin van het noviciaat, plaats van vijf jongelui. Op 15 augustus, het feest van de Tenhemelopneming van Maria, werden in de kerk van Putussibau, samen met vier wereldheren Mateus Juang en Konradus Hancu door Mgr. Doera tot diaken gewijd. In dezelfde tijd maakte Kasimirus Jumat zijn scriptie af die als titel had: "Maria in de Moslim leer". Hij ontving aan de Parahyangan Universiteit op 23 september 1995 een academische graad.
Naar gewoonte kwamen de montfortanen in oktober in Sintang samen, deze keer voor een driedaagse, voorbereid door Bandung met als hoofdthema "wijsheid". De eerste dag werd ingeleid door Joep van Lier met het thema "Wijsheid in het Oude Testament". Op de tweede dag sprak Piet Derckx over "Wijsheid en Montfort" en Nico Schneiders over "De wijsheid in de geschriften van Montfort". Op de derde dag sprak Wim Peeters over "De wijsheid zoeken in het actuele leven". Na deze spirituele dagen werd het jaarlijkse delegatieberaad gehouden. Iedere communiteit gaf zijn evaluatie over het leven en werken van haar leden. De nieuwe communiteit van Putussibau kreeg bijzondere aandacht, want iedereen wilde horen hoe het met hen ging na drie maanden samengeleefd en samen gewerkt te hebben. Het bleek dat ze nog zoekende waren naar een juiste vorm.
Nu veel jonge montfortanen hun pastoraal jaar maakten of stage liepen op Borneo, werd afgesproken om iedere twee maanden een samenkomst te beleggen voor paters en broeders die 0 tot 5 jaar eeuwig geprofest waren. Voor degenen, die pastorale stage liepen, werd maandelijks een bijeenkomst georga- niseerd. Het doel van deze bijeenkomsten was de spiritualiteit, algemene kennis en pastorale vaardigheid te doen groeien.
De taak van de delegatie-overste evaluerend, werd de wens uitge- sproken dat er een intensiever contact diende te zijn tussen de communiteiten


































































































   311   312   313   314   315