Page 35 - geschiedenis
P. 35

Hoofdstuk 1. De Montfortanen in Indonesië van 1939-1947 21
HOOFDSTUK 1
DE MONTFORTANEN IN HET VICARIAAT PONTIANAK 1939 – 1947
Pater Harry L'Ortye, Superior Religiosus Indonesië 1939 – 1963 Pater Mathieu Hupperts, Provinciaal Nederland 1928 – 1948 Pater Théophile Ronsin, Algemene Overste 1936 – 1947 Pater Alexandre Josselin, Algemene Overste 1947 – 1957
De beginjaren op Borneo
Onder de stuwende leiding van overste pater Harry L'Ortye begonnen de montfortaanse pioniers pater Jan Linssen, broeder Bruno - voorlopig nog onder het toeziend oog van de Kapucijnen - in Bika Nazareth te werken.
Hun eerste werk was het verkennen van de streek door van dorp tot dorp te reizen. Na twee maanden rondreizen liep pater Linssen een wonde op aan zijn voet en moest naar Putussibau om die wonde te laten behandelen door de zusters. Omdat men al tot de overtuiging was gekomen dat een van de montfortanen in Putussibau zou moeten beginnen, kreeg bij gelegenheid van dit bezoek pater Linssen de opdracht daar een nieuwe missiepost te openen en geestelijk leidsman te zijn van de zusters. Een jaar voor de komst van de montfortanen in Bika Nazareth waren, op aanvraag van de plaatselijke regering, de zusters Franciscanessen van Asten (SMFA), te weten de zusters Bernadetta, Renera en Ambrosia naar Putussibau gekomen om te helpen in het ziekenhuis. De zusters woonden in een huis van een zekere Lokollo en waren bij het zien van pater Linssen zeer verheugd een priester in hun midden te krijgen. Putussibau is de hoofdplaats van het district Kapuas Hulu, vandaar dat het belangrijk was om samen met de zusters meer aandacht te schenken aan deze plaats.
Op 10 juni 1939 liet pater Jan zijn wonde behandelen en dit feit werd de openingsdatum van de missiepost Putussibau. Helaas was er op dat moment voor de nieuwe pastoor nog geen woning ter beschikking. Wel was er een aanbod links langs de Sibau-rivier, maar al gauw bleek de ligging van dat huisje minder gunstig, want bij hoog water zou de rivier buiten haar oevers treden met een hoogte van twee meter. Pater Linssen moest dus iets anders zoeken en vond een voorlopig onderkomen. Hij schrijft hierover:


































































































   33   34   35   36   37