Page 36 - geschiedenis
P. 36

22 SMM in Indonesië 1939-2005
"Ik nam voorlopig mijn intrek in een vertrek van de 'Pasangrahan'. Daar kon ik mijn tikar (slaapmatje) uitleggen en mijn klamboe spannen. Het licht kwam daar binnen door een raamopening, die alleen met blinden gesloten was. Iedereen kon dus vanaf de voorgalerij de hele dag zien wat ik uitvoerde. Het linkerdeel was 't kantoor van de assistent van het districthoofd (Demang genaamd) en rechts was een soort soos voor bootpersoneel. Voor heel die bedrijvigheid was maar één hurk-closet aanwezig met enkele bierflessen water, die bijna altijd leeg waren. Ik herinner me dat Demang Amin me daar eens verraste. De deur was met een pruts haakje aan een spijker vergrendeld en hij scheen haast te hebben. Ik heb nooit iemand zo haastig zien vertrekken. Hij liet 'astagfirullah' mopperend de deur open. Tot zijn eer moet gezegd worden, dat hij bij wijze van de twee trouwe zonen van Noeh, die hun vader onbedekt zagen liggen, teruggekomen is, om ruggelings de deur te sluiten. Hij wilde vermoedelijk mijn onbesneden schaamte geen twee keer zien! Al gauw kreeg het districthoofd order, dat ik uit dat regeringsgebouw moest verdwijnen. De 'Pasangrahan' was immers niet voor pastoors gebouwd maar voor rondreizende ambtenaren."
Pater Linssen heeft toen twee maanden lang in het bijgebouwtje bij het huis van de demang gewoond. Daarna kreeg hij iets definitiefs, namelijk een eenkamerwoninkje tegenover de zusters. Dit huisje was oorspronkelijk een overnachtingsgelegenheid voor mensen die een zieke in het ziekenhuis hadden, maar omdat dat huisje meestal leeg stond werd het opgeknapt en zou het een boswachtershuisje worden. Uiteindelijk werd het de eerste pastorie van Putussibau. Pater Linssen huurde dat huisje voor 21⁄2 gulden per maand. Het eerste wat hij deed was een WC aanbouwen, ook maar een hurkcloset.
Even nadat pater Linssen vertrokken was naar Putussibau, vertrokken ook de kapucijnen vanuit Bika Nazareth. Einde november vertrok broeder Gorgonius, hij ging op verlof. Even daarna, begin januari 1940, werden de kapucijnen, pater Edmund en broeder Donulus, opgehaald door hun confrater pater Prosper; zij verhuisden naar Benua Martinus. Zo bleven pater Harry L'Ortye en broeder Bruno alleen achter in Bika. Vanaf 1 januari 1940 kwam de parochie Bika Nazareth, met een dienstreisgebied van tientallen dorpjes, onder de verantwoording van de montfortanen. Na 8 maanden hebben de drie montfortanen dus al twee eigen staties: Bika en Putussibau. Kunnen zij dat aan? Onze drie pioniers kregen snel antwoord op deze vraag. Op 23 februari 1940 kwam het verheugende bericht binnen van de aankomst in Pontianak van de paters Lambertus van Kessel en Jozef Wintraecken. Na bijna 14 dagen bereikten de nieuwe krachten op 7 maart 1940 Bika.
Lambertus van Kessel, roepnaam Bertus, was geboren in Vlijmen op 8 september 1912. Na zijn studie op Ste Marie in Schimmert en noviciaat in Meerssen, studeerde hij filosofie en theologie op het groot-seminarie van de


































































































   34   35   36   37   38