Page 37 - geschiedenis
P. 37

Hoofdstuk 1. De Montfortanen in Indonesiƫ van 1939-1947 23
montfortanen in Oirschot. Hij werd er priester gewijd op 12-02-1939. Zijn medereiziger Jozef Wintraecken, Sjef genoemd, was geboren in Schinnen op 23 januari 1913, hij maakte dezelfde studie als Bertus maar werd een jaar eerder geprofest en priester gewijd.
Door de versterking van deze twee konden de missionarissen meer tijd besteden aan het bezoeken van de meer afgelegen dorpjes. Voor het eerst maakten zij een dienstreis tot in de bovenstroom van de Bunut-rivier. Drie weken lang trokken ze rond en slaagden erin om 30 nog nooit door missio- narissen bezochte dorpjes te bezoeken. Zulk een lange dienstreis vroeg veel van hun krachten. Pater L'Ortye schreef in het dagboek van Bika dat hij, na een dienstreis van drie weken, 8 kg. was afgevallen. Pater Linssen had een andere ervaring. Hij beschreef hoe hij op zekere dag rond het middaguur twee mensen uit de Suai-rivier op bezoek kreeg met de vraag of hij mee wilde gaan, omdat hun oma op sterven lag. Jan vroeg hen: "Kunnen we vanavond hier weer terug zijn"? Een van hen antwoordde: "Ja mogelijk!" Gauw het nodige bijeen gegrist en de H. Olie gehaald. Onderweg wordt er niet veel gepraat. Af en toe kijk ik eens op mijn horloge hoe laat het is en voort gaat het. Tegen 5 uur vraag ik echter: "hoe lang nog"? "Vermoedelijk nog een uur"! Weer lopen we verder en tegen zes uur herhaal ik mijn vraag "Hoe lang nog"! Weer hetzelfde antwoord, vermoedelijk nog een uur. Ondertussen was het stikdonker geworden. Een der mannen haalt de schors af van een vermolmde boom en maakt er een toorts van. Zo gaat het nog door tot acht uur. De zieke is er erg aan toe. Zij kan niets meer eten of drinken. Ik biecht haar en dien het H. Oliesel toe. Het is te laat om aan teruggaan te denken".
Het werkterrein van de montfortanen kon zwaar genoemd worden. Desondanks waren ze heel tevreden over hun resultaat, ze wilden zelfs het liefst zo snel mogelijk het hele gebied overnemen van de kapucijnen. Helaas kon hun wens niet vervuld worden omdat even later de Tweede Wereldoorlog uitbrak.
Koppensnellen op Borneo.
Wie kreeg niet als klein kind rillingen over zijn rug bij het horen van de verhalen hoe de bewoners van Borneo uittrokken om in een "sneltocht" koppen van de naburige stammen te veroveren? Bij het horen van de naam 'Dajak' dachten we onmiddellijk aan koppensnellen. Waren de missionarissen onder de Dajaks niet bang? Wat weten we over de achtergronden van de koppen- snellerij?
Van de vele Dajaks waren de Iban-Dajaks het meest gevreesd. Zij hadden op Borneo het grootste zondenregister. Toch is het merkwaardig dat de Iban-Dajaks en de Dajaks in het algemeen in die tijd vele goede eigenschappen


































































































   35   36   37   38   39