Page 384 - geschiedenis
P. 384

370 SMM in Indonesië 1939-2005
Ze kregen sporadisch steun in de vorm van biscuits voor de schoolkinderen. Goed bekeken was het bisdom Kiunga een onherbergzaam gebied bestaande uit regenwouden met geweldige afstanden. De meeste plaatsen waren enkel te voet, via de rivier of per vliegtuig te bereiken. Het is erg moeilijk de wegen te verharden, omdat er in een cirkel van 100 km. geen stenen te vinden zijn. Ook voor de bouw van huizen moeten ze van heel ver stenen laten komen. De gewone man bouwt een huisje op palen van hout en bamboe. De meer welgestelden maken een fundering van beton en plaatsen daarop een prefab huis gemaakt in Australië. Na vier dagen bij Mateus geweest te zijn werd Piet op Paaszaterdag door zijn chauffeur naar Kiunga teruggebracht. De reis terug leek veel op een autorally over modderwegen. De chauffeur passeerde al de modderplaatsen en gladde plekken met een ontstellend gemak. Hij deed de reis 3 uur sneller dan pater Mateus. Bij terugkomst in Kiunga was de bisschop druk bezig met het maken van een brandstapel voor de Paaswake. Omdat het regende, legde hij plastic over het hout om te voorkomen dat het nat zou worden. Telkens als er mensen langs kwamen zei hij: "laat het ophouden met regenen". Maar helaas hield de regen niet op en moesten we in plaats van een groot paasvuur tevreden zijn met een klein houtskoolvuurtje in het wierookvat. De Paasviering begon om 19.30 uur met de bisschop als hoofdcelebrant, geassisteerd door Ariston, een Oostenrijkse pastoor en Piet. Het was een mooie viering, waarin de Papoea-cultuur een plaats had. Tijdens de mis werden drie talen gebruikt, de plaatselijke Muyu-taal, Engels en de opkomende nieuwe taal Pidjin. De kleding van de mensen was heel eenvoudig. De dirigent stond op zijn Paasbest in korte broek en T-shirt het koor en acht gitaristen te leiden. De sfeer was ontspannen en opgewekt. De Papoea-mensen hebben een speciale wijze van handdrukken. Ze pakken je vinger tussen 2 vingers en trekken dan tot er een knalletje te horen is. Op die manier gingen de gelovigen de kerk rond om elkaar de vrede te wensen en na de Mis elkaar zalig Pasen te wensen.
In het hele bisdom is maar één verharde weg die 100 km. lang is, die gaat van Kiunga naar de kopermijnen. Het is een mooie weg met een bovenlaag van kiezelsteentjes. In de bochten en daar waar je berg afgaat is het oppassen geblazen. Dat merkte Piet toen hij met pater Alo op stap ging naar Tabubil, een stadje bij de kopermijnen. Pater Alo was de chauffeur. Hij had blijkbaar weinig ervaring, met als gevolg dat ze bij een dalende bocht in de slip gingen. Ze dreigden rechtstreeks af te gaan op een diepe afgrond. Helemaal van de wijs drukte hij op de rem en belandde in de greppel langs de weg en wonder boven wonder zonder schrammen of scheuren. Nog niet bekomen van de schrik kwam er een auto langs. De man achter het stuur zag wat er gebeurd was en stopte. In eerste instantie werd geprobeerd op eigen kracht uit de greppel te komen, maar de auto begon steeds meer over te hellen. De man bleek een monteur te zijn van de kopermaatschappij. Zonder veel praten ging hij weg en kwam even daarna


































































































   382   383   384   385   386