Page 39 - geschiedenis
P. 39

Hoofdstuk 1. De Montfortanen in Indonesië van 1939-1947 25
strenge maatregelen aangekondigd had, werd 's avonds laat op 3 maart 1942 in zijn huis vermoord. Op 8 maart 1942 gaf de Regering van Nederlands-Indië zich over aan de Jappen. Enkele maanden later kwam in Putussibau een boot opdagen met Engelse Punjab-soldaten die op de vlucht waren samen met 2 Nederlanders.
In de middag van 10 juni 1942 deed het gerucht de ronde dat er een ro- versbende - volgens anderen Japanners - stroomopwaarts voer. Controleur Davijdt meldde dat hij Bika niet meer aan de telefoon kon krijgen. Midden in een gesprek was de verbinding verbroken of het toestel verlaten, dat was niet duidelijk. Meneer Jon Sin kwam terzelfder tijd terug van hanen-vechten en meldde dat er inderdaad boten op komst waren. Wat er in feite gebeurde lezen we in de brieven van pater Linssen en pater L'Ortye. Pater Linssen schreef in het Jappenkamp te Kuching het volgende:
"Davijdt met zijn 3 makkers vertrekken met de '111'-boot naar de bovenstroom van de Kapuas-rivier. Ik wil blijven, maar al de berichten over groepen rovers en het feit dat er rondom verschillende huizen in as gelegd zijn door Maleiers, daarbij de moord op v/d Woerdt en de brief van de vader v. Oesoep (Soewai) enige weken geleden in het geheim ontvangen en waarin werd meegedeeld dat de Maleiers geen blad voor de mond namen en openlijk durfden beweren dat zij verlof hadden van de Japanners om de blanken verder op te ruimen waarbij de Paters van Bika en ook ik genoemd waren, dat alles deed me weifelen. Moeder Overste en Goeroe (onderwijzer) Korak, die zich juist te Putussibau bevond haalden me over om toch maar voor dien avond weg te gaan. Ik zou dan naar Pala Poelau, huis Teladjang gaan slapen en daar zou ik dan bericht ontvangen of het Japanners waren, zoodat ik me dan toch kon melden. Broeder Bruno, momenteel ook te Poetoes Sibau wegens een zwerende wond aan zijn been, die vrijwel dicht was, zou ook meegaan. Goeroe Korak zou ons mee wegbrengen. De volgende morgen vertelde ons een verpleger dat hij werkelijk de Jappen had gezien in de stad. Dat horende haastten we ons terug om ons te melden bij de Japanners.
We vernamen dat de Zusters door de over land komende soldaten dadelijk naar het Controleurshuis waren meegenomen om thee te zetten en water te koken in het huis v/d Controleur, want de Jap baadt met warm water. Toen het 's avonds acht uur was en de officieren vernamen dat de zusters elders thuis hoorden, mochten zij ook naar huis. In het huis van de zusters had een familielid van Lokollo de wacht gehouden. Mijn huisje was open. De deur hadden de Japs met een zware bloempot waar een palm in groeide ingegooid. Toen ze mij niet vonden, waren ze weggegaan en hadden de mensen lustig hun gang laten gaan. Er waren slechts kleinigheden te gappen. Archief en verdere waardevolle dingen waren reeds maanden tevoren in het geheim naar de kampongs verdwenen. Zaterdagavond ± 8 uur worden de zusters en ik naar de Jappen geroepen. In toog, die we sinds de komst v/d Jappen steeds aanhielden, stappen we op. De hooge raad zit weer aan den ronde tafel. We moeten in de rij


































































































   37   38   39   40   41