Page 396 - geschiedenis
P. 396

382 SMM in Indonesië 1939-2005
de communiteiten te bezoeken. Pater Widodo schreef in zijn visitatieverslag het volgende:
"Op veel plaatsen wordt de manier van pastoraal bedrijven door onze confraters met vreugde ontvangen. Wij bieden niet zomaar een programma aan, wij bieden blijkbaar iets aan waarop de mensen al lang zitten te wachten. We voldoen aan een ware behoefte en hebben het vertrouwen van de geloofs- gemeenschap. Iedere confrater heeft zijn eigen ervaringen en heeft te doen met verschillende situaties. Je hebt gemeenschappen die actief zijn en open, andere weer niet. Er zijn groepen die leven vanuit een diep geloof, andere weer niet. Zodoende heeft iedere confrater zijn manier van pastoraal. Op de ene plaats is het een kwestie van oogsten van hetgeen is gezaaid, op een andere plaats moet nog gezaaid worden en op nog een andere plaats is men pas bezig met het klaarmaken van de grond. Je hebt onvruchtbare grond, rotsgrond, vruchtbare grond.."
De sociaal-economische situatie
en de invloed daarvan op het missionair werk
We moeten erkennen dat de sociaal/economische situatie van een land grote invloed heeft op het missionair werk. Vandaar nu een kleine analyse van de situatie die bepalend is geweest voor de manier van werken en het pastoraal bedrijven van onze missionarissen. In de 36 jaar die generaal Soeharto aan de macht was, werd het sociaal/economische leven bepaald door een kleine groep rijke mensen. De armen werden armer en het conglomeraat rond de president steeds rijker. De persvrijheid werd beteugeld en de mensen leefden in angst. Zelfs de godsdienst werd gebruikt als politiek middel. De val van Soeharto deed de hoop herleven dat er veranderingen zouden komen op sociaal-economisch en politiek gebied. Maar wat gebeurde er? Het volk voelde wat vrijheid betekende en maakte daar dusdanig misbruik van dat orde en discipline ver te zoeken waren. Bovendien was als gevolg van de Soeharto-periode geen sprake meer van wederzijdse samenwerking (gotong-royong) zoals vroeger. Dit alles had grote invloed op de kwaliteit van leven. Het peil van de scholen bereikte vooral in de binnenlanden van Borneo en Flores een dieptepunt.
Het dagblad 'Kompas' schrijft in een artikel van die dagen:
"De armoede in Indonesië is weer op het niveau van 15 jaar geleden. Volgens het Centrum voor Statistieken is in 2004 het aantal armen 36.100.000 mensen, 16,6% van de Indonesische bevolking. Het armoede- en werkloos- heidniveau van Indonesië is het hoogste van de ASEAN-landen. Indonesië staat op de wereldindex van menselijke ontwikkeling op plaats 111 van de 175 landen, heel wat lager dan Maleisië (76) en de Filipijnen (98). Het armoedeprobleem en de kwaliteit van het menselijk potentieel worden zeer beïnvloed door het ontbreken van openbare voorzieningen en middelen die nodig zijn voor de


































































































   394   395   396   397   398