Page 40 - geschiedenis
P. 40

26 SMM in Indonesië 1939-2005
staan en buigen. Dan druppelt woord voor woord een bittere waarheid via de Maleise tolk tot diep in ons hart. De pastoor en 4 zusters moeten morgenvroeg om 6 uur gereed zijn om te vertrekken, met de Jappen mee. Geen spullen meenemen. Alleen een handkoffertje met kleeren voor onderweg. Hebt U nog wat te vragen?
Moeder vraagt: hoe het moet met de patiënten in 't ziekenhuis. Antwoord: Zieken zorgen wij voor. Geneesmiddelen blijven hier."
Met de boot van de Japanners voeren de pater en de zusters stroom- afwaarts. Ze legden aan in Bika om pater Harry L'Ortye, pater Bertus van Kessel en broeder Bruno aan boord te nemen en daarna door te varen via Sintang naar Pontianak.
Pater L'Ortye schreef vanuit Kuching over de tijd vóór de gevangen- neming in een brief van 27 augustus 1945:
"Overal deden geruchten van samenzweringen en aanslagen tegen de achtergebleven Hollanders de ronde. Is het verwonderlijk dat we met ongeduld de komst van de Japanners afwachten. We voelden ons allesbehalve veilig. Het gerucht deed de ronde dat een groep rebellen een aanval op onze pastorie in Bika zou doen. Toen dan ook op 10 juni boten de Kapuas kwamen opstomen, waren we in de vaste overtuiging dat dit rebellen waren.
Pater van Kessel en ik waren alleen thuis. Pater Sjef Wintraecken was op dienstreis naar de Mandai-rivier en broeder Bruno was naar Putussibau voor behandeling van een infectie aan zijn been. Ik liep naar de school en stuurde de onderwijzer naar de aanlegsteiger om te kijken wat er aan de hand was. Hij kwam terughollen en riep: ‘Lari tuan!' (loop weg, heer!). Ik had nog de tegen- woordigheid van geest telefonisch Putussibau te verwittigen dat er boten aangekomen waren. Al eerder die morgen had ik bericht gekregen dat de telefoonverbinding met benedenstrooms verbroken was en of men mensen kon sturen om te controleren. Terwijl de boten waren aan het aanleggen sloot ik mijn kamerdeur en zochten we een schuilplaats in het bos achter het kerkhof. We waren nauwelijks honderd meter weg of we hoorden het intrappen van de deuren. Kortom, enkele uren later was de pastorie volledig leeggeplunderd. Wat was er gebeurd? Een afdeling Japanse soldaten was aangekomen.
's Avonds ben ik in de duisternis naar de kerk gegaan (deze was intact gebleven), nuttigde de H.H. Hosties en bracht de heilige vaten in veiligheid. Ik nam het feestgordijn van achter het altaar en altaarkussens mee voor beddengoed. De pastorie was totaal leeggeplunderd, wat niet was geplunderd was stuk geslagen, er was geen spijker meer in de muur. Doch kerk en sacristie waren op last van de Jappen intact gebleven. Wegens de dwaze geruchten bleven we drie dagen en nachten rondzwerven, overnachtend in een verlaten wachthuisje van een oud rijstveld. Enkele voorzorgen had ik genomen: kisten met archief, misgewaden, monstrans, kelken, wat kleren waren reeds een half jaar in huizen van katholieken; geld gedeeltelijk in de grond gegraven. Maar wat zal daarvan over zijn na drie vier jaar afwezigheid.


































































































   38   39   40   41   42