Page 43 - geschiedenis
P. 43

Hoofdstuk 1. De Montfortanen in Indonesië van 1939-1947 29
Dankzij een bespreking van Mgr. van Valenberg met de Japanse kampleiding, kregen de priesters en broeders een aparte afdeling. Ze waren met 70 priesters en 40 broeders, Kapucijnen, Mill-Hillers en Montfortanen. Het was een zeer gewaardeerde gunst met het oog op mislezen en andere godsdienstoefeningen. Later was het ook zeer voordelig voor de voeding: tuinopbrengst en smokkel. Volgens de regels van het kamp was elk contact met anderen ten strengste verboden. Behalve de volgende uitzondering: iedere morgen gingen twee pries- ters naar het vrouwenkamp om H. Mis te lezen: een Engels- en een Nederlands- sprekende. Pater L'Ortye zegt hierover:
"Ik had het geluk drie keer per week daar Mis te mogen lezen. Om bij de zusters te komen moest ik drie Japanse wachten passeren met al het vervelende daaraan verbonden, maar vooral voor de Mill Hillers, Engelsen in Japse ogen, waren ze nog lastiger. Voor de Mis werd algemene absolutie gegeven en na de H. Mis hadden enkele zusters gelegenheid een privé biecht te spreken.
Toen later de honger nijpend werd gaf iedere zuster van haar ontbijt voor de pater. Als ik dan thuiskwam kon ik mijn portie tussen van Kessel en Wintraecken delen. Het passeren van de wachten was altijd een kruis; over het algemeen waren ze ruw en onbeschoft, daarbij was het elkaar niet verstaan ook een voorname factor. Ook werd er groot onderscheid gemaakt bij de behandeling van militairen of burgers. De militairen werden soms zeer wreed mishandeld.
Gedurende de eerste drie maanden waren we gedwongen te gaan werken aan de aanleg van een vliegveld, dat een heel stuk van ons kamp was gelegen. We moesten 's morgens vroeg op: eerst twintig minuten lopen, daarna in een treintje met open wagons, waar ze moesten letten op vuur, want de locomotief werd met hout gestookt.
Het waren lange en zware dagen, geen enkele schaduw van boom of barak. In de volle zon grond versjouwen met mandjes, later kiepwagentjes, die we zelf moesten duwen. Later werden we, omdat wij geïnterneerden waren, afgelost door militaire krijgsgevangenen."
Mgr. van Valenberg wist op een zeker moment bij de kampleiding te verkrijgen dat missionarissen vrijgesteld werden van het verplicht namiddagwerk om meer tijd te hebben voor gebed en studie. Als bijkomende reden werd gezegd dat de krachten van velen om te werken begonnen te minderen. Dat hun krachten verminderden was niet verwonderlijk met zo'n slecht eten, dat gewoonlijk bestond uit een kleine portie rijst (nog geen derde deel van een normale portie) met in water gekookte groente, vaak zonder zout en met wat visgraten en heel zelden een paar kilo vlees voor honderden mensen. De ondervoeding werd hoe langer hoe erger voor de geïnterneerden; velen hadden dag en nacht honger. Honden, katten, slakken en slangen alles werd een lekkernij.


































































































   41   42   43   44   45