Page 50 - geschiedenis
P. 50

36 SMM in Indonesië 1939-2005
tussen hun mensen. De onderwijzers hadden alles keurig bewaard en onder- houden, ook hadden ze prima gezorgd voor de beminde gelovigen. "Zelfs de jeugd wil nu vooruit!", schreef de kroniekschrijver enthousiast.
Hetzelfde overkwam pater Linssen en de 4 zusters in Putussibau. Hoewel de toestand daar niet zo rooskleurig was, constateerde de missionaris toch dat de leken het prima gedaan hadden. Na drie jaar weggeweest te zijn zag hij dat ze alles keurig geregeld hadden tot de huwelijksadministratie toe.
In Sintang en Sedjiram waren tot op dat moment weliswaar geen montfortanen werkzaam geweest, maar de oorlogssituatie en de afwezigheid van de missionarissen heeft gevolgen gehad voor het missiewerk.
Nederlandse Montfortanen klaar voor vertrek.
Al enkele jaren stonden in Nederland missionarissen klaar om uitgezonden te worden naar Indonesië, maar de oorlog had de uitzending bemoeilijkt. Om geen tijd verloren te laten gaan had de montfortaanse overheid de mogelijkheid aan de toekomstige missionarissen gegeven om na de Eloquentia een cursus missiologie te volgen in Nijmegen en pastorale praktijk op te doen als assistent in een parochie.
Uiteindelijk halverwege 1946 kon de eerste groep montfortanen vertrekken naar Nederlands-Indië. Het was de groep waarvan provinciaal Hupperts gewag maakte in zijn brief aan de minister, behalve pater Hubertus Reijnders. Zij vertrokken op 5 juni vanuit Nederland. Over hun eerste ervaringen na aankomst in Batavia (Djakarta) lezen we in 'Pro Nostris', editie augustus 1946 het volgende:
"Tijdens het verblijf te Batavia maakten we kennis met nachtelijke schietpartijen van de extremisten. Achter ons huis lag een kampong waar het nog al eens gespannen had. In de nacht zijn ze weer eens voor de dag gekomen. Hier een knal .... daar een slag .... nu eens veraf ... . dan weer dicht bij .... dan achter ons, dan voor ons. Er werd geschoten vanuit de kampong en het vuur werd door militairen beantwoord. Dat is voor Indië heel gewoon."
Het eerste slachtoffer, niet van de extremisten, maar van wondroos was pater Piet van Eunen. Enige dagen voor het vertrek naar Pontianak had hij een wondje aan zijn been opgelopen dat zeer pijnlijk was. Zijn reis kon niet doorgaan en hij moest worden overgebracht naar het ziekenhuis. Een ongeluk komt zelden alleen. Pater Ferry Hoogland verstuikte zijn voet en om de pech


































































































   48   49   50   51   52