Page 51 - geschiedenis
P. 51

Hoofdstuk 1. De Montfortanen in Indonesiƫ van 1939-1947 37
volledig te maken, vreesde men op de vooravond van het vertrek naar Borneo dat pater Schellart door de extremisten ontvoerd was. Achteraf bleek dit een vergissing en misverstand, maar de angst en zorg van de anderen waren er niet minder om.
Met een Catalina-vliegboot, die vroeger had dienst gedaan als bommenwerper, werd de tocht naar Pontianak gemaakt. Bij het eiland Billiton werd een tussenlanding gemaakt op zee; passagiers werden afgezet en van een oorlogsschip aan de Zuid-Westkust van Borneo werd een zieke soldaat overgebracht. Daarna vlogen ze door en na enige tijd kwam de kust van Borneo in zicht. Deze ervaring wordt als volgt beschreven door een van hen:
"Van boven bekeken is Borneo net een grote boerenkool.... niets dan bossen en nog eens bossen. Zo nu en dan een machtig brede rivier, waarin tal van kleine riviertjes uitmonden. Over oneindig grote afstanden zagen we de woningen van de Dajaks verspreid. We vlogen over het land waar we hopen te werken aan de opbouw van Christus' Rijk. Op die momenten denk je even na en zeg je nog eens vaarwel aan alle beschaving. Ik voor mij vond die eerste kennismaking nogal sober, om niet te zeggen, neerdrukkend. Bos.... veel en vuil water .... Zo goed als geen mensen."
Na geland te zijn op het water zetten de missionarissen voet aan wal. En wie zagen ze? "...de Kapucijn pater Gerardus, pastoor van Pontianak, onze oud-
leraar Maleis in Den Bosch in gezelschap van pater Herculanus, secretaris van Mgr. van Valenberg en vroeger onze leraar in de Indische Maatschappijleer. Verder is er nog de Overste van de broeders van Huijbergen. De verdere kennismaking met de paters Kapucijnen en later met Mgr. van Valenberg was allerhartelijkst."
Zo'n hartelijke ontvangst gaf de burger moed. Natuurlijk wilden ze zo snel mogelijk door naar hun confraters, werkzaam ver in de oerwouden van Borneo. De besprekingen voor hun reis naar Sintang verliepen vlot, zelfs zo vlot, dat de chef van het vervoerswezen onmiddellijk besloot een truck te laten rijden van Pontianak naar Sintang, een afstand van 400 km. Binnen betrekkelijk korte tijd vertrokken de paters Schellart, Voncken en Collijn richting Sintang, terwijl pater Hoogland, op advies van monseigneur, in Pontianak achterbleef om de bagage te verzorgen, die per schip zou nakomen.
Op 6 juli 1946 kwamen de drie montfortanen aan in Sintang. Zes dagen later vervolgden ze hun reis naar Nanga Embaloh met de vrachtboot Nirub. Daar werden ze opgewacht door broeder Bruno, die hen met zijn roeiboot naar Bika bracht. Ook pater Lor Collijn, bedoeld voor Benua Martinus, ging mee naar Bika en daarna zelfs naar Putussibau om voorlopig pater Linssen te


































































































   49   50   51   52   53